Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 446

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 446

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

3 minuten leestijd

MENSCH EN DIER.

442

ontzettend sterk gewapend. Meer dan één dier doet u door

zware

zijn

Ook de

schoften en dikke huid zelfs aan het pantser denken.

gifkher,

waarvan zoo menig dier voorzien is, dient voor aanval en verdediging. Maar ook hierbij is verschil. Er zijn dieren, die hun klauwen en tanden zonder meer aanwenden, maar er zijn er ook, die zelf iets doen om zich te sterken. Zoo b.v. de spin, die haar webbe uitspant, en dan loert en wacht, en, komt er buit, die omwoelt met rag en machteloos maakt. En zoo nu komt er op allerlei terrein ook in het leven der dieren, bij wijze van uitzondering, niet als regel, een soms zeer sterke medewerkzaamheid van het dier met God voor. De kip eet kalk, en helpt er daardoor zelf toe mede, dat het ei een schaal hebbe. God maakt die schaal, maar niet als de schors aan den boom, die er vanzelf komt, maar door de kip zelf te laten medewerken en wordt aan de kip de kalk onthouden, dan komt er een ei zonder schaal, dat teloor gaat. Er is hier dus wel terdege medewerkzaamheid er zijn middelen die God aan het dier voorlegt, en die het dier gebruiken moet en gebruikt, om aan het doel van God te beantwoorden. En het dier is hierin zoo gehoorzaam, zoo willig, zoo onderworpen aan Gods ordinantiën, dat het niet gebruiken van zulke middelen, en het nalaten van deze medewerkzaamheid, bij het dier eenvoudig ondenkbaar is. Bijen, die, als er bloemen in den omtrek zijn, geen honig zouden puren, ;

;

bestaan

niet.

En nu zegge niemand: Wat

doet die dierenwereld er toe?

Schrift zelve bepaalt er ons gedurig

ment

wijst de Heilige

bij,

en zoo

in

Oud-

als

Want

Nieuw

de

Testa-

Geest ons telkens en gedurig op het leven der dieren,

opdat wij menschen er

wijs, wijs

voor

God door zouden worden. Er

bestaat

tusschen ons leven en het leven van het dier allerlei verband, en zoo ook

men tegenwoordig

het verband van overeenkomst.

Niet,

de mensch

voortgekomen, maar in dien

door dien

uit het dier

zou

zijn

gelijk

God op den mensch aangelegd

is,

schemerachtig getoond wordt, wat straks zoo

mensch uitkomt. Dit gaat aan het dier een

ziel

zelfs zoover,

levende ziel

zin,

dat het

en dat in het dier reeds rijk

en zoo heerlijk in den

dat de Heilige Schrift niet aarzelt

toe te kennen, natuurlijk niet een ziel als die des

menschen, maar dan toch een teekend, dat

wil, alsof

dierlijke ziel.

Of

.staat niet

God de dieren tot Adam bracht om noemen zou (Gen. 2 19) ? Staat niet :

te

in

van

zien,

Adam hoe

Gen. 9

:

4,

opge-

hij alle

dat de

mensch „het vleesch met zijn bloed, d. i. zijn ziel", niet eten mocht? En zoo ook in Lev. 24 18: „Wie de ziel van eenig vee zal verslagen hebben?" Het is daarom onze plicht om op het leven der dieren te letten, en een :

prediking, stellig

niet

die over lengte in

in de Schrift.

van jaren nooit aan zulk onderwijs toekomt,

is

overeenstemming met het voorbeeld van Gods openbaring

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 446

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's