Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 232

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 232

2 minuten leestijd

,

220

Woord Gods;

in strijd met het testament van Jezus aan zijn apostelen, dat ze zijn getuigen^ zijn rustelooze getuigen, de getuigen voor heel de wereld moesten zijn en in strijd niet minder met dien hoogen toon die door al de psalmen klinkt: Looft ,

den Heere, want onzen God psalmzingen

is

goed, de lof

is

betamelijk.

Tn

strijd

ook met het bloed onzer martelaren!

Trok het nooit uw aandacht hoe pijnlijk gedurig in de Schrift de klacht der vromen weerklinkt, dat in het graf niemand den Heere kan loven? Neem slechts dat slot van Psalm 115: „De dooden zullen den Heere niet prijzen, noch die in de stilte zijn nedergedaald; maar löij zullen den Heere loven. Halleluja!" Niet de dooden maar wij die nog leven die nog de stem in onze keel hebben, en daarom nog loven kunnen. Is hiermee nu gezegd, dat onze dooden geen inzicht in de heerlijkheid des Heeren hebben? Dat ze, mystiek, in hun verborgen geestelijk leven, geen opwelling kennen van aanbidding ,

,

,

van Gods glorie? dit alles gaan ze ons zeer verre te hoven. De hen weg en zij kennen wat in ons hart nooit opgeklommen. Ook leidt niets hen af. Ze zijn één toewijding

Integendeel,

in

sluier viel voor is

,

,

één aanbidding voor God en zijn Christus. Maar één ding missen ze. Ze derven de lichamelijke openbaring. Ze kennen den geestelijken lof van God zooals de engelen dien kennen. Maar ze zijn onmachtig om dien lof en prijs des Heeren in menschentaal tot uiting te brengen. Dat keert voor hen eerst na de opstanding terug, en dan met een heerlijkheid zooals wij het op aarde nooit gekend hebben.

Zeg dus nooit, dat het voor den Heere onzen God hetzelfde of we alleen in de stilte van het hart, of wel dat we met luider stemme lovend en getuigend prijs geven aan zijn heiligen is,

Naam. Een zang waar geen

ziel achter zit, zooals men vaak in de Oratoriën hoort zingen, of ook een woord van prijs, waar geen hart zich in uitspreekt, gelijk ge dit van dorre rechtzinnigen soms pijnlijk hol u hoort tegenklinken ja dat is de zingende en sprekende onwaarheid waarmee men het heiligste ontheiligt. Dan duizendmaal beter de stille lof voor God in de ziel gefluisterd dan de luidende schel van het holle metaal. Maar toch dan eerst als de ziel de lippen welsprekend en de tong ,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 232

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's