In Jezus ontslapen - pagina 47
„ZIJ ZIJN GELIJK
DE ENGELEN ".
31
Niet dus het weemoedig sentiment, maar het saam in dienst staan van eenzelfden Koning, het saam om eenzelfden God als aller middelpunt ons bewegen, dat is de band die nooit verbroken wordt, die door dood en graf heen blijft, en die in den dag der opstanding het heerlijk besef van saamhoorigheid
vernieuwen zal. Altoos op voorwaarde, dat we ook hierbij al het aardsche ons wegdenken, en van het hemelsche nooit anders dan hemelsche gedachten koesteren. Reeds hier op aarde leven we niet aldoor in hetzelfde verband. Eerst is het een saamleven met ouders, broeders en zusters. Dan een saamleven met wie ons aantrekt op school of bij onze studie. Daarna komt het saamleven in een eigen gezin. En voorts het saamleven met wie in kring van arbeid of door vriendschap bij ons hoort. Ook wisselt onze levenskring, als we verhuizen van de ééne woonplaats naar de andere. En zonder nu te zeggen dat bij zulk wisselen van leveuskring de vroegere banden geheel afsterven, zoo weten we toch zeer wel, dat de latere verhouding vaak een geheel andere wordt dan ze vroeger was. Hoe klein en nietig zijn nu niet de veranderingen van levenskring op aarde vergeleken bij die ontzettende verandering die plaats grijpt als we uit onzen aardschen beroepskring in onze hemelsche omgeving en in onzen hemelschen dienst worden ,
,
,
,
overgeplaatst.
Nu zijn de schikkingen (lods voor onze aardsche verbintenissen natuurlijk berekend op de taak, div we hier te volbrengen hebben, en zullen zoo ook de schikkingen Gods voor onze hemelsche verbintenissen zijn aangelegd op den dienst waartoe diezelfde God ons in de eeuwigheid verwaardigen zal. Iets waaruit volgt, dat de saamvoeging van de personen voor een zelfden dienst daarboven vaak een geheel andere kan zijn, dan ze hier op aarde was. Hier vergeten personen kunnen daar vooraan staan, wie hier vooraan stond, daar zich een ondergeschikte plaats zien aangewezen. Altoos als de engelen Gods, en daarom als de engelen Gods nooit naar iets anders vragende, dan om vaardig te zijn tot den dienst onzes Heeren.
Doch juist hierdoor wordt op het „wederzien" en het „herkennen" zulk een heel ander, en veel heiliger licht geworpen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's