De gemeente gratie - pagina 92
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE IN DE SCHEPPING GEGROND.
Gaat dit nu door voor de particuliere genade, en belijdt de Gereformeerde kerk deswege terecht tegenover Luthersche excessen, dat de zondaar geen „stok en blok", maar een redbaar mensch is, redbaar omdat hij in
de grondlegging van
op redbaarheid
zijn existentie
even datzelfde ook voor de gemeene gratie, manier.
De gemeene
zij
is
aangelegd, zoo geldt
het ook op gewijzigde
van den
gratie vindt haar beeld niet in de medicijn
maar in de wondere kunst van den dierentemmer, een kunst die haar zwakkere uiting reeds vindt, zoo in het talent waarmee de vaardige ruiter zijn paard beheerscht, als in de kunst waarmede de mensch in de arts,
eerst wilde dieren, gehjk onze huisdieren waren, den oorspronkelijk woesten
De intooming van de
aard getemd heeft.
alzoo in drie graden voor:
1".
in
eerst wilde dieren tot huisdieren
nemen, door
in
;
komt
wilde natuur
het dier
bij
de domesticatie, of de tammaking van een effect dat
men
het best kan waar-
een dierentuin de wilde kat gade te slaan, en haar
de dressuur, d. met onze huispoesen; ongewend dier aan onzen wil te onderwerpen; en 2". in
vergelijken
i.
de kunst
sterk en eerst
temkunst, die nog steeds een mysterie
vermogen
geeft,
om
blijft,
om
te
een
3". in
de
en aan enkele personen het
verscheurende wilde dieren te biologeeren. En het
is
nu op het breede terrein van deze drieërlei actie, door menschen op dieren uitgeoefend, dat we de analogie voor de gemeene gratie hebben te zoeken.
De zondaar heilige
is
een wild geworden mensch, en de gemeene gratie
kunst door God aangewend,
om
die wilde natuur in
hetzij generaal, hetzij tijdelijk, hetzij persoonhjk, in
op het terrein der gemeene gratie toch in
het gemeen
bij
is
hem
te
En
bedwingen. Ook
de beschaafde heidensche volken uitkomt. Er
er
is
de
er én domesticatie, gelijk die in
suur, gelijk ge die vindt in de bewarende genade, die ge in leven ervaart.
is
den zondaar,
uw
is
dres-
persoonlijk
een heilig temmen van onze boosheid, gelijk die
zoo dikwijls op sprekende wijze in de inbinding van onverlaten
is
gezien.
Maar ook hierbij nu werkt onder dieren volstrekt niet alleen de actie van wie tam maakt, dresseert of temt, maar even beslist de dispositie in de natuur van het dier, naar gelang het al of niet op tam wording, op dressuur of temhaarheid is aangelegd. Niet alle dieren kunnen huisdieren worden, maar alleen die dieren, die in hun aard hiervoor geschikt waren. Niet alle dieren laten zich dresseeren, maar alleen die dieren, Avier aard daarop in hun schepping was aangelegd. En evenzoo niet alle dieren kunnen getemd worden, of althans enkele dieren niet dan bij hooge uitzondering. De leeuw en de beer zeer gewoon, de tijger en de hyena in den regel niet.
de zaak oj)
bij
De
En zoo nu ook staat aankomt op intooming, op tempering, den gevallen mensch. Ook dan toch hangt
bruine beer wel, niet alzoo de ijsbeer.
de gemeene
gratie^ als het
temming van de wildheid
in
de vraag, of temming mogelijk
zal
blijken,
aan die geheel andere vraag,
of namelijk de aanleg hiervoor in de oorspronkelijke natuur
aanwezig was,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's