De gemeente gratie - pagina 566
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VERZEKERINGSWEZEN.
562
bepaalden kant zekere overhelUng ten kwade.
den ander
tot
zinlijkheid,
zulk een kind van
God tegen
bij
verlos mij van den Booze."
Bij
den één
maar
in: „Vader, leid mij niet in verzoeking,
God verhoort
die bede, en doet dit zoo, dat
de eerste zwakke uitglijdingen op deze paden der zonde
komen, en bittere gevolgen na zich sleepen. Hij viert en verliest
hoogmoed,
tot
een derde tot geldzucht enz. Daar bidt
bij
hem duur
te staan
trots of drift bot,
betrekking er door. Hij bezondigt zich aan drankzucht,
zijn
en verspeelt den volgenden dag, door onbekwaamheid tot
schoone kans, zoodat
ernstig geldelijk verlies
hij
lijdt.
zijn
werk, een
Hij laat zich door
geldzucht vervoeren, en een erfoom, geërgerd door die schraapzucht, ont-
hem. Zoo
erft
zijn
er
van gevallen, waarin het kwaad dat ons over-
tal
komt, oorzakelijk wel terdege met onze zonde saamhangt. Ook dan natuurlijk persoonlijke toerekening.
straf voor schuld,
maar genade
Maar
een kind van God
bij
is
is dit
er
geen
ter behoudenis. Bij het eerste uitvaren op
God u dan schipbreuk lijden, opdat ge voorgoed van het toegeven aan zulk een zonde zoudt afzien. Maar dit alles is voldeze woelige wateren laat
komt
strekt niet de persoonlijke groote afrekening. Die
eerst als Christus
op den rechterstoel zal zitten en de boeken der consciëntie worden geopend.
Dit moest bij het bespreken van het Verzekeringswezen op den voorgrond worden gesteld, opdat geen oogenblik de meening post zou vatten, als
deed de gemeenschappelijke schuld waarin
persoonlijke rekening wegvallen.
de ééne van een iegelijk op
ning,
wereld saamgenomen.
We
steeds
en
zichzelf,
blijft
we
voor
of
gewoon apart
met
dat ge
allen
is
gemeen
staan, onze
en de andere van de geheele
die
van de geheele wereld." Hierin
ongewoons. Kooplieden te boeken,
zijn, als
ze
hun handel
de rekening der participanten in
de zaak, en de rekening van ieder particulier voor
kan ook niet anders. Er
God
altoos een dubbele reke-
belijden Jezus Christus als een Verzoening, „niet
dan ook niets vreemds
drijven,
is
maar ook voor
alleen voor onze zonden, ligt
Het
zijn
huishouden. Dit
nu eenmaal tweeërlei leven het ééne een :
leven,
hebt, en het andere een leven dat ge particulier
voor uzelven doorleeft. Of, want het komt hier op groote accuraatheid aan, het leven dat
leven dat
leven dat
dan
in
drieërlei
En
doorleven, splitst zich op zijn beurt in het
we met ons gezin, in het leven dat we met ons volk, en in het we met heel het menschelijk geslacht doorleven. Zoo deelen we
schuld van natie.
we met anderen
schuld. Als leden van het menschelijk geslacht, in
Adam. Als burgers van het vaderland
als leden
van ons gezin
in
in
de
de schuld van onze
de schuld van heel ons huislijk leven.
Drieërlei gemeenschappelijke schuld, waartegen dan drieërlei gemeenschappelijk
Met
lijden
heel
overstaat.
ons volk
Met
b. v. in
heel ons geslacht lijden
geval van oorlog.
we onder den
Met heel ons
vloek.
gezin, b. v. als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's