De gemeente gratie - pagina 505
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
501
ONTSPORING.
en
te niete wil doen.
schepping,
zijn
drager van
zijn
hefde zelve
is,
prooi te
Ontferming nu wordt
dit laatste,
overmits
God
zijn
Goddelijk kunststuk, en in die schepping den mensch, als
laten,
met een eeuwige
liefheeft
beeld, die
om
dringt,
maar aan
die
en het dus die
liefde,
deze schepping niet aan de vernieling ter zelfvernieling te ontrukken.
die eischt dat zijn schepping haar
bestemming
De
eere Gods,
bereikt, en de liefde Gods,
die zich over zijn schepsel ontfermt, zijn hier één.
LXVII. De Zondvloed en de Arke.
Zie, Ik zal de aarde verderven.
Maak a eene Gen. 6
De gewone
13,
14.
en meest gangbare voorstelling, als ware het lijden dat
ons toezendt, een kwaad, waaronder zwijken hadden, hebben
De
arke. :
we dan
we
God
machteloos en werkeloos te be-
nu, uitsluitend op Schriftuurlijke gronden,
moet komen, omdat de zonde haar vanzelf baart, maar juist deswege is de ellende, zoowel als de zonde, in Gods schepping een vreemde macht, die vijandig tegen Gods oorspronkelijke weerlegd.
ellende moest en
wereldgedachte overstaat, en die Hij deswege, evenals de zonde,
en die
Hem
Heulen met de
bestrijdt,
daarom evenzeer af te keuren als heulen met de zonde. Beide staan tegen Gods bestel over, en beide moeten door wie God liefheeft bestreden worden een bestrijding die dan haar edelst en verheffendst karakter onder menschen aanneemt, als het ons gegeven wordt, in den drang der erbarmende hefde, de ellende, het kwaad des lijdens, te bestrijden in anderen. Dan wordt het deernis, mededoogen, ontferming, maar onder al deze vormen is en blijft het beten vijand
is.
ellende,
is
;
om aan het lijden zijn heerschappij te om lijden af te weren, te verzachten, te stuiten in zijn volle uitwerking. Houd daarom aan het verband tusschen zonde en ellende steeds strijding
van het
lijden,
een poging
betwisten,
onveranderlijk vast. Naar Gods verborgen raad
is
de zonde, zoowel als de
ellende, een straf voor de zonde, en wie is er onder de
niet zelf in
eigen leven
zonde zelve Hgt,
en
in
Godgetrouwen
die
eigen zielsworstehng de straf, die in de
consciëntie gevoeld heeft? Zult ge nu daarom voor de zonde bezwijken, en de zonde als een onvermijdelijk, niet af te weren kwaad over uw ziel laten komen? Gij zult het niet. Voor zoover ge waarachtiglijk vroom zijt, zult ge tegen de zonde, die als straf voor vroegere zonde aan u wil, waken, bidden, strijden. Maar zoo is het pijnlijk
in
zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's