De gemeente gratie - pagina 502
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
498
ONTSPORING.
Maar
het tegenwoordig.
laten
nu reeds onder besef,
dit
immers ze dan
alle
volkeren
aandurven; en
die dit vermetele zeggen
zij
onder het gezag van Ritschl's grooten naam, vindt zijn
echo; laten
zij
dit
vermetele zeggen
ons antwoorden, hoe dan
Adam ontstond. Toch maar met noodzakelijkheid, gelijk telkens weer in het schuldig mende oppervlakkigen, maar met ont-
deze zielsgewaarwording in
dit gevoel,
uit zijn natuur. Niet gemaakt,
ook,
eeuw
uit
eeuw
in,
zich
schenhart herhaald heeft. Minder zettenden ernst
de besten,
bij
ons geslacht. Bij een David,
bij
bij
de edelen,
bij
een Jesaja,
bij
bij
de diepst levenden van
een Paulus,
een Augus-
bij
dan toch uit 's menschen aard voortgekomen; en even zeker als ge met en 's menschen natuur op- en schrik en wezenlijke gewaarwording van pijn uw hand terugtrekt, als ge, wanende dat het vuur uit was, den brandenden oven aangreept, even getinus, bij
een Luther,
wisselijk voelt ge
een Calvijn. Dat
bij
is
een wezenlijke gewaarwording van den toorn en van
het oordeel Gods, als ge, na booze zonde, de zelfverniehng in ontwaart. En,
van
is
zelfverwijt,
uw wezen
dat gevoel van schuld, van wroeging en
dit nu zoo, is noch gemaakt noch ingebeeld, maar wezenlijk
uit
uw
Wie heeft die menschelijke natuur alzoo besteld, ingericht en geschapen? En indien ge dan wel moet belijden: „Dat deed God!" hoe zult ge dan nog staande houden, dat God menschelijke natuur opkomende, zeg ons dan:
zelf
onze ellende, die regelrecht uit de zonde voortvloeit, niet als straf
bedoeld heeft, er niet in toornt, en er geen oordeel in over ons brengt?
Van
dien éénen kant
is
alzoo de wil
dat het afgaan van het door
Hem
Gods klaar
stond op zelfverniehng en ellende uitloope. deze ellende als
straf,
als
als
de dag.
God
wil,
in zijn ordinantiën gelegde spoor, ter-
openbaring van
En zijn
zoo ook. toorn, en
God als
wil,
dat
we
een oordeel,
dat over ons gaat, ontwaren zullen, en alzoo de zelfverniehng smaken
van ons eigen zelfbesef. nu de zaak van den anderen kant. Is die zelfverniehng, is die ellende, is dat verzinken onder den vloek Gods eigenlijke bedoeling geweest? Is het dat wat Hij met zijn schepping voor had? Riep Hij daartoe die schepping, en in die schepping zijn menschenkind in het leven ? zullen tot in het diepste
Doch
Had
Hij
bezie
daartoe die krachten en machten verordend en tot aanzijn ge-
roepen? En ge antwoordt even
stellig:
Neen. Zeker, God heeft dat alles
ontwijf(}lbaar en stellig gewild, zoo de trein des levens ontspoorde,
niet opdat hij ontsporen zou, zond Hij
hem
uit.
maar
Integendeel, het doel der
Schepping was, dat de uitgezonden trein des creatuurlijken levens een bepaalde bestemming zou bereiken, en dat die bestemming overvloeiende
van heerlijkheid zou
zijn,
en dat Hij
zichzelven zou verlustigen. Die staat hieraan in den weg. alle
dingen tot aanzijn
Ze
is
in
ellende,
het voleinden van dat heerlijke, die vloek,
die zelfverniehng nu,
het tegendeel van het doel,
riep. Blijft
het daarbij, dan
is
waarmee God
het doel der schep-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's