De gemeente gratie - pagina 270
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
UITSTRALING VAN DE KERK IN DE WERELD.
266
voordoet, kan eerlang beteren. Straks kan
worden ingehaald, wat
het
in
verleden verzondigd en verbeuzeld werd.
En
stelt
men hun
nu, niet van redeneerende zijde,
maar van den kant
der teederder consciëntie de vraag: of het dulden van zulke toestanden, het leven in zulke onheilige verhoudingen, en
al
zulk wel bewust ontheiligen
en doen ontheiligen van het Verbond Gods, geoorloofd in
de tente van het Anti-nomianisme. Zeker^ het moet
anders worden. Zoo zondige toestand
hoe
wie er
zal
zelf
schuld aan
zonde een einde te maken ? als
een Eha, oordeelen
Om
als
is,
mag
is,
dan vluchten ze
gebeterd, het moet
niet voortduren. Alleen maar,
de hand durven uitsteken,
met de zonde
een Jesaja,
te breken,
handelen
om
aan die
moet men opstaan een Johannes de
als
Dooper, doorbreken als een Petrus en Paulus, en wie heeft daartoe recht als
nu
zelf
hij
juist
En ook
deel aan de schuld heeft?
zelfs
persoonlijk
niet zoo
meedeed,
rekening de schuld onzer vaderen, en
vaderen die ons
alle
is
al
ligt
ware het dan dat men dan
niet
ook voor onze
het niet reeds die schuld onzer
vrijmoedigheid ontneemt? Straft
God
niet de zonde
met zonde! En als God onze en onzer vaderen schuld dan met de zonde der kerk in onze dagen straffen wil, wie zal het dan keeren? Bovendien is voor de teederder consciëntie zulk een zondige en zondigende kerk niet een lijden? Wordt dat lijden niet het best en diepst gevoeld door wie
En wat
Sion liefhebben?
nemen der zonde aan uw straf,
recht zoudt
gij
dan hebben, om door een weg-
een einde te maken? In dat
lijden is
een
aan die straf zult ge u met een verslagen geest onderwerpen.
En
eenmaal
zal
ook
in
lijden
dezen nacht wel de glans van het morgenrood opgaan,
werk heeft God zichzelven voorbehouden. Daar zult gij, zondige mensch, met uw handen afblijven. En wordt dan ten slotte gevraagd, op wat grond men toch voor die Volkskerk is, want dat ons uitgangspunt toch in Gods Woord moet liggen, en dat eerst waar ons uitgangspunt in dat Woord vast ligt, de verdere gevolgtrekkingen juist kunnen zijn, dan verwijst men de minkundige naar de bedeeling van het Oude Testament in de dagen na den uittocht uit Egypte. In de periode van Mozes tot Christus was de kerk in Israël met het nationale leven tot één geheel geworden. Meer nog, men kan zeggen,
maar de eere van
dit
om
dat de natie er alleen
uw
ziel,
en gelijk
de kerk was, gelijk
uw
lichaam er alleen
de schors van den boom er alleen
is ter
is
om
beveihging
van het aderenweefsel der opstijgende sappen, dat er achter schuilt. Het kost dan niets geen moeite uit den staat der kerk onder Israël allerlei voorvallen aan te halen, die als bewijs gelden, dat volk en kerk als één
moeten optreden, en stelsel
allerlei
rechtvaardigen,
want immers
uitspraken te doen khnken, die het beminde
en wel rechtvaardigen voor de Heilige Schrift,
uit die Heilige Schrift is
ons gekomen. Alleen maar dat dit van
de kennis van Israëls historie tot
Adam
tot
Mozes
niet zoo
was dat ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's