De gemeente gratie - pagina 94
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE EN DE PRAEDESTINATIE.
90
natuur zelve. Of vindt gewilde
feit,
men ook op
stoffelijk
gebied niet het door
God
dat de mensch dorst en hongert, en dat het vocht, dat den
dorst zal lesschen, en
de
spijs,
natuur ontspringen, maar aan het onderscheid
den honger
die
zijn
stillen, niet uit zijn
natuur worden toegevoegd. Al zien
water en kamille,
tusschen
zal
of
we
ook tusschen brood en
kinine niet voorbij, in zoover water en brood in normalen, en daarentegen
en kinine alleen in abnormalen toestand
kamille
hooren, toch als
komen beide
hierin overeen:
kamille en kinine door dienzelfden
schelijk
lichaam,
bij
den mensch thuis
dat zoowel water en brood,
1.
God geschapen
zijn,
met de natuur van dat lichaam, schiep;
die ons
2".
men-
dat zoo het
een als het ander niet uit den mensch, maar van buiten tot den mensch komt; en 3". dat zoo het een als het ander vatbaar is, om in ons bloed
worden opgenomen, en door het bloed op heel ons lichaam te werken. Er zijn allerlei vochten en stoffen, waarmede dit niet het geval is, en die óf geen nut brengen óf ons hchaam beschadigen, vergiftigen of bederven. Dualisme kan daarom hier niet worden aangenomen. Er bestaat zeer zeker dualisme tusschen de natuur van ons menschelijk lichaam en kopergroen of Pruisisch blauw, maar niet tusschen onze natuur en de gewone voedingsmiddelen of ingenomen medicijnen. Veeleer kan niets voedingsmiddel zijn, of het moet passen op onze normale natuur, en kan niets medicijn zijn, of het moet passen, op onze kranke natuur. Te vinden, wat bij onze te
kranke natuur past,
is juist
Wel ontkennen we
niet,
de hooge kunst van onze artsen.
dat zoowel de Roomsche theologen, als de
ernstige denkers onder de Dooperschen, in
hun nadere verklaringen veel
inweefden, waardoor de hardheid van het door hen voorgestane duahsme
werd
verzacht,
maar desniettemin
blijft
ook zoo
dit dualisme,
vaste overtuiging, zijn schadelijken invloed uitoefenen. toch:
óf
hetgeen na onze schepping,
hetzij in
naar onze
Van tweeën één
den oorspronkelijken
staat,
onzen gevallen staat, ons van God toekomt, wordt geoordeeld met den aanleg van onze oorspronkelijke natuur in overeenstemming te zijn, en dan moet het dualisme in de voorverordineering overwonnen wor-
hetzij
in
den; óf wel
men houdt
staande, dat onze menschelijke natuur in zichzelve
een afgesloten geheel vormt, en dat hier eerst de oorspronkelijke gerechtigheid en straks de reddende genade bijkwam, en dan blijft de zaligheid, blijft
de heerlijkheid,
met ons
blijft
innerlijk leven
het eeuwige iets dat buiten organisch verband
staat,
een
om
de wereld gelegd verband, en
om
den hals gehangen sieraad. Nu mag van het duahsme tusschen natuur en genade dit bedoelen. Integendeel, men mag aannemen, dat ook zij geen vrede zullen hebben met een einduitkomst, die de genade als een oliedrop op de wateren der natuur laat niet aangenomen, dat de voorstanders
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's