In Jezus ontslapen - pagina 81
„DE GEEST DES MENSCHEN DIE IN HEM is".
Ook
65
zijn in hun volzalige koren ons dus het heilig van geheele heirscharen van wezens, die uitsluitend a,ls geest bestaan, en die toch in dit hun louter geestelijk wezen God dienen dag en nacht en de heerlijkste werkingen van zich doen uitgaan. God heet daarom de Vader der geesten, juist om die hoogere wezenheid van al wat geest is boven het zienlijke uit te drukken. zij
toonbeeld
Tan al het zienlijke is God de Schepper. Dat is zijner handen werk. Maar van al wat geest is, heet Hij de Vader der geesten, hiermede den veel nauwer band, en de veel nadere betrekking uitdrukkend, die Hem als het Eeuwige Wezen aan al wat als geest eigen ivezen ontving, van nature verbindt.
Gevraagd nu, waar de mensch toe hoort, tot de zienlijke dingen of tot de geesten hebt ge zonder aarzeling te antwoorden dat ook gij, evenals de engel, geest zijt, en dat ook gij, als geest. God als den Vader der geesten aanroept. Zeker, de volkomenheid van uw wezen ligt in uw óók deel hebben aan de zienlijke schepping. Ook na het sterven keert de lichamelijke verschijning, bij Jezus' wederkomst, terug, om eeuwiglijk de uwe te zijn. Maar toch de grond van uw wezen, de wortel van uw aanzijn ligt niet in dat lichaam maar in uw geest. Niet de geest is aan uw lichaam, maar uw lichaam is aan uw geest geschonken. En daarom, als in den dood het lichaam voor een tijd u ontvalt, blijft toch uw wezen uiv wezen, ,
,
,
blijft gij die ge zijt, en zet uw geest, nu zonder het lichamelijk orgaan, onafgebroken zijn aanzijn voort. Uw ziel bestaat ook op zichzelf. Ge kunt niet zeggen hier is ze of daar is ze. Onze plaatselijke beperktheid of gebondenheid is op haar niet van toepassing. Er is ook voor onze ziel, na ons sterven wel een plaats waar ze vertoeft, anders toch zou ze alomtegenwoordig zijn. Ze is in het Vaderhuis. Nader nog is ze in één der vele woningen van het Vaderhuis. Maar wij kunnen ons geen verband tusschen zulk een geest en een bepaalde plek denken. Maar dit weten we, elke ziel van een afgestorvene is ergens. Dat ergens is in ééue dier vele woningen. En in die woning is die ziel in verband gezet met andere zielen van afgestorvenen. En in dat verband verkeeren ze niet lijdelijk, maar ze dienen. Er gaat werking van haar uit. En daarom zijn ze :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's