De gemeente gratie - pagina 242
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GENADEMIDDELEN.
238
toch niet alleen quaestie van een bloot vormelijk lezen der Schrift, of ijskoud nederzitten onder de predikatie, of half weerbarstig opgevoed zijn
we
een Christelijken kring; maar
in
we
en zeer ver gaat. Zóóver, dat
woorden
Hebr. 6
uit
en er toe kwam,
4—6
:
om
te
staan voor een werking dier genade-
maar
middelen, wel buiten de zaligheid,
soms zeer diep indringt meer dan één de
die toch
best verstaan, hoe
lezend, de „volharding der heihgen", prijs gaf,
erkennen, dat hier sprake was van „wezenlijk
bekeerden", die later het „nieuwe leven" weer verloren. Voor ons snijdt VS.
9 dit
Daar toch
af.
„Maar
staat:
geliefden, wij verzekeren ons
van u
betere dingen en met de zaligheid gevoegd, hoewel wij alzoo spreken." Dit immers toont, dat de vorige werkingen, waarvan de apostel spreekt, niet
met de
zaligheid gevoegd waren.
Hebr. 6 4
zelfs
:
—6
Maar waar we,
daar rust toch de plicht op ons,
om met
aan
middelen
uitwendige
geheel
Tusschen vierderlei die
bij
degenen die verloren gaan der genade-
vormelijke invloeden
bloot
denken.
te
middelen
Gereformeerden,
zulke feiten en mogelijkheden te
rekenen, en voegt het ons volstrekt niet, alleen
als
van dezulken verstaan, die niet wedergeboren waren,
als
is hierbij te
onderscheiden. Zoowel de gewone genade-
ook zekere geestelijke gaven, werken ten eerste op dezulken
reeds wedergeboren
zijn,
om
en strekken alsdan
het gewekte nieuwe
leven tot ontwikkeling te brengen. In de tweede plaats werken ze op
dezulken die nog niet wedergeboren verwijderd
tijdstip
zijn,
maar
ten leven zullen komen,
meer
die binnen
bereidend karakter met het oog op de komende bekeering.
werken ze op de personen, van wie sterven, en strekken
komen en
bij
dezulken,
ter verharding.
En
later blijkt dat ze
om hun
of
min
en dragen alsdan een voor-
Ten derde
onbekeerd weg-
schuld te stelliger te doen
uit-
ten vierde werken ze op de omgeving waarin
Christus' kerk optrad, en strekken alsdan om de hoogere ontwikkeling van het algemeene menschelijke leven te bevorderen. Zonder deze vier
onderscheiden, komt
verschillende werkingen behoorlijk te niet
„particuliere leidt,
„gemeene zelfde
genade",
of middellijk
stuiten,
Rekent men nu,
helderheid.
tot
alleen
met de
gratie", alle
in
men
ten deze
het gemeen genomen, tot de
datgene wat rechtstreeks tot de zaligheid zaligheid gevoegd
is,
en daarentegen tot de
werkingen en invloeden die wel de macht der zonde
maar buiten verband met de
zaligheid,
dan
is
het klaar, dat de-
werkingen der genademiddelen en geestelijke gaven het karakter
van „particuliere genade" dragen, zoo ze ten deel vallen aan hen wedergeboren het karakter
zijn,
van
of het straks zullen
„gemeene gratie"
die reeds
worden. Maar dat ze daarentegen
niet
overschrijden
kringen, die straks buiten Christus wegsterven.
bij
personen of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's