De gemeente gratie - pagina 35
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
OPLOSSING VAN ONGELOOVIGE ZIJDE.
31
Aldus stond dau het pseudo-dogma tegen het dogma van Christus' kerk men in algemeene beschouwingen en theorieën bleef
over, althans zoolang
hangen. Eenigszins anders daarentegen werd het
men onder
als
elkander
over niet tegenwoordige personen handelde, of ook in gezin of in zaken niet
de „levende haaf" in aanraking kwam. Hadden
A
en
B
het over C, die hen
hinderde, of op wien ze naijverig waren, dan raakte voor
A
en
B
plotseling
het pseudo-dogma van de „brave natuur des menschen" ganschelijk uit het geding.
Die C was dan een onuitstaanbaar mensch, aan wien ten leste
geen haar goed overbleef. Hij ging over de tong, en die tong werd daarbij
hem worden aangenomen. Alles moest op het zwartst en gemeenst uitgelegd. Lustig lasterde men er op toe, en ten slotte had men er een genot in op dien boozen C het oude dogma der kerk van 's menschen verdorven natuur in zijn zwartste opvatting toe te passen, zonder hem ook maar één oogenblik het beneficum almeer een hekel. Goede intentie mocht niet
gunnen van het leerstuk der gemeene
bij
Zoo ging het achter den rug in gesprek of in brief. Men liet zijn pseudo-dogma in den steek, viel uit zijn rol, en behandelde den armen C alsof het kerkelijk dogma van de boosheid van ons menschelijk hart nog in volle fleur stond. te
En
niet
hinderlijk
man
anders ging het persoon
tegenover
in gezin of
zijn „lieve
als
toe,
men
ze
lijve
tegenover een
zijn
dogma van de
prijslijke
deugde-
ook vergat de vrouw tegenover haar
anders van menschelijke braafheid gebazeld had.
er in menig gezin niet afgegeven op viel te
levenden
in
zaken stond. Hoe menigmaal vergat dan de
vrouw" heel
lijkheid onzer menschelijke natuur, of
man wat
gratie.
„die
Wat werd
waarmee geen
kinderen,
houden," en tot wat vaderlijke en moederlijke. scheldpartijen
het niet vaak, als ze
bij
huis
kwam
manier van opvoeding hun kinderen uitmaakten
voor deugnieten, apen, rakkers en wat dies meer zij. Hoe hef ging het soms toe tusschen de „mevrouwen", o, zoo fatsoenlijk, en haar „braaf" gedroomde dienstboden. Naar eisch van het pseudo-dogma zoudt ge u die
mevrouwen gedacht hebben, prijs
als
onder malkander, steeds éénen
lof
en
over de braafheid en deugdelijkheid der menschelijke natuur, gelijk
die in haar keukenprincessen, en naaisters, en strijksters, en werksters uit-
kwam. Maar
in
de werkelijkheid
kwam
het wel anders
uiting van ingenomenheid, en bijna altoos klacht
glippend,
om
als in
uit.
Bijna nooit een
na klacht over de lippen
echo door wederklacht beantwoord te worden.
Een gelijke protestatie tegen het pseudo-dogma van 's menschen brave onverdorven natuur kunt ge evenzoo telkens beluisteren op straat en voor de stoep in onze achterbuurten, in alle twistgesprek en ruzie tusschen belanghebbenden, in
't
zij
op kantoor of beurs,
in
winkel of op werkplaats,
de kazerne tusschen korporaal en soldaten, op het schip van oorlog
tusschen wie te bevelen en
erfgenamen,
bij
te
gehoorzamen
heeft, bij
een erfenis onder de
een vendutie over misleidenden verkoop, of op de markt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's