De gemeente gratie - pagina 306
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET ZEDELIJK GOEDE
302
nakomt
uit
IN
DEN ONWEDERGEBORENE.
angst voor een vonnis, of uit angst voor het uitkomen van
hij Gods ordinantie wel, en blijft conform de maar van een gehoorzamen in zedelijken zin is dan geen sprake. Het gehoorzamen moet wortelen in de overtuiging, dat het zoo als God het vordert, goed is, en dat Hij alleen te bevelen heeft, en dit nu is geloof. Geloof in Gods wijsheid, geloof in Gods souverein bestel, geloof in Gods liefde. — En eindelijk, het is niet genoeg te gelooven dat Gods ordinantiën het best zijn voor uzelf; er moet meer wezen. Gods ordinantie eischt
daad, dan gehoorzaamt
zijn
wet,
matigheid, in het gebruik van spijs en drank, en steeds leert de uitkomst, dat die ordinantie voor u zelf het best
om
Wie nu
is.
bij
verleiding tot on-
den volgenden dag niet onwel te gevoelen, heeft niet alleen de matigheid betracht, maar het ook gedaan matigheid, toch matig
uit
blijft,
zich
gehoorzaamheid, en geloovende dat die gehoorzaamheid het best en
het veiligst was, en toch was
moet
er
Maar
nog
als
motief eigen welstand.
zijn laatste
Daarom
Gods ordinantie is, ons leven niet in gevaar te begeven. belijdenis van den Christus u met vervolging, ja tot den
iets
uw
bij.
dood bedreigt, eert toch een ieder den martelaar die
als het moet, zijn
leven wel in gevaar brengt, en in het eind het schavot beklimt. Zoo moest het,
nu
omdat het zoo voor de zake Gods is
het goede dan
werpelijken
zaamheid, dinantie
zoo het
zin,
3*^.
het heste
eerst waarlijk goed in 1".
is
conform de wet,
gehoorzaamheid wortelend
uit
het beste
en
is,
4,
is.
En
uit dien
hoofde
voorwerpelijken en onder-
in
2".
gedaan
uit gehoor-
het geloof, dat Gods or-
wel het beste niet voor onzen
tijdelijken
welstand, maar het beste voor de eere Gods, en daarom ook voor ons
eeuwig welzijn. En
kwaam
tot
in dien zin
eenig goed",
nu genomen
en steeds geneigd
bederven. Ja voor dat wezenlijk goede
hem, waardoor
hij
hij
nog
rampzaligen. allerlei
is
niet alleen
nu
beide trede) en alzoo vervalt
Maar hiermede Dat
is hij
leeft
om
ook wat goed scheen te
dood. Er
is,
er leeft niets in
weer zou maar dat blijft zoo (tenzij aan den eeuwigen dood.
zich tot het goede in dien hoogen, edelen zin
kunnen opwerken. En dat
God tusschen
de onwedergeborene „onbe-
is
is
zoo, hij
volstrekt niet gezegd, dat die persoon niet nog
ziet
Hieruit
ge voor oogen.
zelfs in
de hel leven nog
leeft.
alle
dat er in den onbekeerde nog wel terdege
volgt,
krachten werken,
En
zij
het ook slechts ten deele, in de van
God
geen werkeloosheden, maar veeleer sterke werkingen. Satan is geheel verzondigd en dood, en toch gaat er van Satan ongemeene kracht en werking uit; alleen maar kracht en werking in geheel tegenovergestelde richting van wat het zijn moest. Ware nu in verordende richting. Zonde en dood
het Paradijs, na
den
val,
zijn
geen gemeene gratie ingetreden, zoo zou de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's