In Jezus ontslapen - pagina 143
„EEN PILAAR IN DEN TEMPEL".
127
Hierin ligt het zalige der onmisbaarheid. Uit den munr van het steenen hnis kan een steen worden uitgehakt, dat toch het huis staat. Maar van den bouw uit zuilen saamgesteld, kan niet één pilaar gemist worden of de schoonheid is gebroken, en de draagkracht van het geheel uit haar verband gerukt. De zuilen zijn geteld. Elke zuil is er één. Eu niet één enkele kunt ge u wegdenken, of het betooverend schoon der harmonie gaat teloor. Daarom is die belofte van Jezus, dat wie overwint een zuil, een pilaar zal zijn, zoo warm en veelzeggend. De tempel van God zonder u niet af. Eerst als ook gij er in zult zijn gerangschikt, voltooid in zijn hemelsch schoon. Ja, waarlijk, omdat God u uitverkoor, ook gij voor dien voleinden bouw onmisbaar. En niet onmisbaar alleen voor het schoon der harmonie. Hier op aarde moet wel, omdat het leven zoo laag is, het kunstschoon op alle manier boven het leven uitgaan. Maar in het rijk der heerlijkheid valt alle kunst weg, omdat het leven zelf er volmaakt in schoonheid zal wezen. De zuil, de pilaar in den tempel Gods zal niet enkel schoon ,
maar ook Dus zult ge
zijn,
dragen.
beteekenis voor dien tempel hebben. Er een deel van uitmaken. Het geheel ervan zal, hoe wonderbaar het u ook in de ooreu moge klinken, mede rusten op u. En dat zal Jezus waar maken, niet enkel voor een Paulus of Petrus, of voor wie ook na de apostelen, in Jezus kerk op den voorgrond trad en wiens naam verren klank gaf. O neen dat zal Jezus tot een waarheid doen zijn voor een ieder die overwon. Ook voor den stille in den lande, voor den vergetene en hier op aarde nauwelijks meegetelde. Het zal er mee zijn als met de starren Gods in het firmament. Gij ziet zon en maan, en kent nog enkele starrenbeelden. Maar wie telt de duizend en tienduizend zonnen, met hun dwaalstarreu en wachters, die schuilen in den melkweg? En toch ook die allen verkondigen Gods glorie, ook die keut de Heere allen bij name ook die roept Hij en zie er wordt niet één gemist. En zoo nu zal in die doorluchtige zuilenrijen van den eeuwigen tempel elke uitverkorene des Heeren meeschitteren meedragen, met alle heiligen saam het ééne groot geheel uitmaken, en Jezus zal het zóó willen. Niet gij zult daar gaan staan, maar Jezus zal u daar stellen. In de glorie die hij bij den Yader heeft, rust zijn Middelaarshart niet. Hij wil die ,
,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's