De gemeente gratie - pagina 683
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
INVLOEDEN DER GEMEENE GRATIE OP DE PARTICULIERE GENADE. dat metterdaad de teekenen van het heilig
En
doelen,
blijkt
uit
wat Jezus
679
Avondmaal ook hierop
sprak na de instelling van het heilig
zelf
Avondmaal, toen hij tot zijn jongeren zeide: „Ik zal voortaan niet meer met u drinken van deze vrucht des wijnstoks, totdat ik die met u nieuw zal drinken in het koninkrijk mijn Vaders". Alle poging om dit zeggen van Jezus geestelijk te duiden, is steeds mislukt, en moet blijven mislukken. In den beker dien Jezus onder het spreken in de hand hield, was geen geestelijke, maar wezenlijke wijn, en als Jezus nu zegt, dat hij dien
met
zijn
jongeren eens wederom, maar dan nieuw zal drinken, zoo
geen andere verklaring toe, dan dat Jezus doelt op het komende rijk der heerlijkheid, als onder den nieuwen hemel een nieuwe aarde zich zal uitbreiden. Het element van het heilig Avondmaal wees alzoo wel eenerzijds terug op het bloed dat Jezus vergieten, maar toch ook anderlaat
zijds
dit
komen
vooruit op de nieuwe toestanden in het Rijk des Vaders dat
En daar nu dat Rijk der heerlijkheid vrucht zal zijn, niet van de Gemeene gratie, maar van de Particuliere genade, ligt in het brood en in zou.
den wijn wel degelijk ook de symbolieke aanduiding, dat de Particuliere genade niet beperkt is tot het geestehjk erf, maar wel waarlijk ook de wereld der zichtbare dingen opeischt.
Van in
dit
alles
punt uitgaande
realiteit
en
is
gratie haar loop niet gratie, die
nu aantoonbaar, dat de Particuliere genade
is
zoekt,
realiteit
Gemeene de Gemeene
en derhalve buiten de
had kunnen loopen. Immers het
is juist
tegenover vloek en dood de realiteit der dingen in stand hield
en nog houdt. Centraal voelt ge zelve van den Zone Gods.
dit
Vastelijk te
het scherpst in de menschwording
gelooven dat deze menschwordüig
reëel was, en geen schijn noch geestelijke manifestatie,
is zelfs
zoozeer de
kern van het Christendom, dat de apostel Johannes den anti-Christ speurt in een ieder die op de belijdenis dat Jezus in het vleesch, d. i. in ware natuurlijke reahteit,
gekomen
is,
ook maar
iets afdingt. Hij is
des vleesches
en des bloeds deelachtig geworden, en dit vleesch en bloed dat
Maria aannam,
is
datzelfde
„vleesch en bloed" dat in het Paradijs ge-
m
schapen werd, en na den val
Maria op tuurlijk,
hem
is
hij uit
heilige
hnie van
Ge moogt dus dus
overgegaan.
Jezus had óók een lichaam, maar
Eva op Maria en niet zeggen:
zijn geestelijk
uit
„Ja, na-
wezen was toch
de hoofdzaak," want bij de vleeschwording van het Woord komt het juist in de eerste plaats op dat vleesch en bloed aan. Dat moest er zijn. Dat moest al de eeuwen door zich naar den Christus kunnen toebewegen. En
nu spreekt het toch geval zou geweest
vanzelf,
zijn.
Het
dat dit zonder de is
Gemeene
gratie niet het
de Gemeene gratie die ons menschelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's