De gemeente gratie - pagina 623
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE VOLEINDING DER EEUWEN,
den
strijd
met het
lijden ontdekt,
maar
ter wille
die wereld zelve tot in haar voleinding, de
moet aanhouden,
als
geëischt
is,
om
619
van de ontwikkeling van
duur der eeuwen
juist zoolang
haar van haar aanvang en van de
eerste ontkieming van ons menschelijk leven, tot op dat punt te brengen,
dat haar geheele proces zal
afgeloopen, en het einddoel dat
zijn
haar voorhad, ook werkelijk met haar bereikt zal halve eeuw, en geen kwart eeuw te veel hier.
Ook wat nog
den grond, Ja,
er
in
niet
boven den grond
de ontkieming van het zaad of
kan geen
jaar,
zijn.
groeit,
God met
Er kan dus geen Leegte noch stilstand is werkt toch reeds onder zijn.
in het sterken
van den wortel.
geen dag, geen uur gemist worden. Al die eeuwen
door heeft God in ons menschelijk geslacht, heeft
God
in het levensgeheel
werk rusteloos voortgezet. Niets daarbij is doelloos of overtollig geweest. Het moest gaan zooals het ging. Anders toegaan kon het niet. En dan eerst zal het teeken van den Zoon des menschen in de wolken verschijnen, als dat groote, dat machtige werk Gods geheel voleind is, en daarmede de voleinding der wereld intreedt. Alle beschouwing, alsof het werk Gods alleen in dat kleine deel van ons menschelijk leven school, dat we het kerkelijk leven zouden kunnen noemen, moet dus ter zijde wórden gezet. Er is behalve het groote werk Gods in de Particuliere genade, ook dat geheel andere werk Gods in het rijk der Gemeene gratie. En dat werk Gods van de Gemeene gratie omvat dezer wereld
zijn
heel het leven der wereld, het leven onder de Kaffers in Afrika, en onder
de Mongolen in
China en Japan, en onder de Indianen bezuiden den
Himmalaya. Er was niets m alle vorige eeuwen onder Egyptenaren en Grieken, in Babyion en Rome, en er is niets nu onder de volken van welk werelddeel ook, of dat alles is noodzakelijk, dat alles vormt een onmisbaar deel van het groote werk dat God werkt, haar ontwikkeling te voleinden.
En
wij niet kunnen inzien, dat het iets
den inhoud van ons
bij
de wereld in
daaronder nog zooveel, waarvan met de zake des Koninkrijks of met
al is
geloof, uitstaande heeft, toch heeft dit alles beteekenis,
en toch kan niets van dat hetgeen Hij
om
de schepping
Satans vonden, en te
spijt
alles in
van
gemist worden, omdat het Gode
belieft,
deze wereld had ingelegd, in weerwil van 's
menschen zonde, toch
te
doen uitkomen,
toch door te zetten, en toch zoo volkomen te ontwikkelen, dat de volle
levensenergie zijner schepping in de voleinding der wereld aan het licht trede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's