In Jezus ontslapen - pagina 179
,
16'
God
alleen
alleen uit
en en in
God
beantwoordende gewaarwordingen gemeenschap ontvangt.
zijn
uit,
zijn
XL. ,,mxai}am
mn
tt)eet
onè niet en 3èraël
f ent
onè niet'\
Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet Israël kent ons niet, Gij, o
van ons niet, en
Heere, zijt onze Vader; ouds af, is uw naam.
onze Verlosser, van 16. Jem/'a 63 :
Merkt wie ontsliep nog wat na zijn versclieiden hier op en met name in zijn gewezen levenskring voorvalt? Men kan de vraag stellen, of wij die achterbleven, nog iets voor onze dooden kunnen doen maar ook die andere of onze dooden nog iets doen kunnen voor ons. En dit nu hangt grootendeels af van de mogelijkheid of onmogelijkheid waarin wat er ze verkeeren, om kennis te nemen van ons lot en van omgaat in ons hart. aarde,
;
.
,
Men weet
hoe
thans
vooral
het
Spiritisme
deze
teedere
weer aan de orde heeft gesteld. Maar toch is ook in vroeger eeuwen de geest der berooiden en der treurenden naar een antwoord op deze vragen uitgegaan, en heeft men onzervan Jesaia, zijds zich daarbij vooral vastgeklemd aan het gebed dat in het slot van kapittel 63 zijner Godsprakeii staat opgeteekend, en waarin onder meer deze besliste uitspraak voorkomt: „O. Heere, Abraham iveet van om niet en Jakob kent naam." ons niet, Gij zijt onze Yader; Verlosser van oudsher is uw Toch zij men op zijn hoede om hieruit niet meer af te leiden dan er in ligt. t i, j Toen Jesaia alzoo bad, was Abraham en was Jacob reeds Abraham voor vele eeuwen gestorven. Hier op aarde had noch
vragen
,
noch Jacob ooit Jesaia of een zijner tijdgenooten leeren kennen. Kennis der herinnering kon hier dus niet bestaan. Hier wordt dus wel in zeer beslisten zin uitgesproken, dat de ontslapenen leven niets afweten van toestanden of personen die ze by hun op aarde niet gekend hebben; maar er volgt nog geenszins uit, den dat ze niet zeker medeleven zouden kunnen voortzetten met kring op aarde dien ze gekend hadden. de Eer zou men omgekeerd kunnen zeggen dat Jezus kenmsse gelijkenis van den rijken man en Lazarus aan Abraham die lang toeschrijft omtrent het lot dat op aarde aan personen toont toch gelijkenis die In is. na hem leefden, wedervaren ,
,
m
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's