De gemeente gratie - pagina 442
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE NATUUR NIET IRRELIGIEUS.
438
en gluren van verre. Een
Een vlug
pijlsnel toeschieten.
induiken.
opeens grijpen van het spartelend vischje met den snavel. Doch
En een al loopt
aldus de aard dezer drie ingeschakelde tusschenwerkingen uiteen, toch
is
het duidelijk dat het werk Gods in alle deze drie gevallen middellijk toe-
De
gaat.
oxydatie van het
ijzer
geen rechtstreeksche werking, maar
is
Het doen groeien van
God brengt
ze tot stand niet behulp
de plant
geen rechtstreeksche daad Gods, maar brengt God tot stand
van de
lucht.
doordat Hij den wortel bestanddeelen uit den hodem doet opzuigen.
o. a.
En
is
zoo ook, het spijzigen van de
komt
tot
zeemeeuw gaat niet regelrecht toe, maar God in de zeemeeuw en in het
de stand door de gegevens die
water inschiep.
Aldus middellijk nu
is al
planten en der dieren.
het werk Gods in het
God kon
dit alles
rijk
der delfstoffen, der
ook rechtstreeks voortbrengen,
Maar thans
want
Hij deed dit in de schepping.
grijpt
geen nieuwe schepping van planten en dieren plaats, maar gebruikt
God
altoos en onveranderlijk,
om nieuwe
in de
bestaande schepping
planten en dieren voort te brengen,
planten en dieren die bestaan. Geen plant kan een nieuwe plant voort-
brengen zonder God, en geen dier kan jongen werpen of een vogel eieren leggen en uitbroeden zonder gekeerd,
is
doen uitkomen dan
leeuw anders waren,
of
God en
buiten
het Gods Voorzienig bestel,
te
uit
een plant die er
is,
doen voortkomen dan
ook geen adelaar
zijn
mogendheid. Maar ook om-
om geen nieuwe
plant anders te
en evenzoo geen nieuwen jongen
uit
een leeuw en leeuwin die er
te laten opvliegen
dan die voortkwam
uit
adelaarsnest, door vroeger uitgebroede arenden gebouwd. Natuurlijk
een
komt
meer bij in aanmerking^ want een plant groeit niet enkel op haar wortel, maar heeft evenzoo zuurstof en licht en warmte in te drinken, en ook de leeuwenwelp zou na geworpen te zijn, zijn weggestorven, zoo de moederleeuw haar welp niet gezoogd had. Zelfs van de jonge raven lezen we, dat ze naar God roepen, en dat God ze spijzigt. Maar in het gemeen genomen, kunnen we volstaan met er op te wijzen, dat het werk van Gods majesteit in de natuur bijna niet anders uitkomt, dan in aansluiting aan het bestaande, en met behulp van het bestaande. hier nog veel
nu daarom de natuur irreligieus? Of om het duidelijker te zeggen: nu daarom de natuur een macht tegenover God, en althans ten deele
Is Is
van Hem onafhankelijk? Stellig niet. Of wie is het die in de plant dat wondere samenstel van voortplantingsmiddelen heeft ingeschapen, die de zwevende kiem op de vleugelen van zijn wind opneemt en wegvoert, en doet neerzijgen op de verwante planten in andere plaatsen? Immers God de Heere, en Hij alleen. En wel verre van daar, dat dit de aanbiddelijkheid van Gods werk voor ons zou verkleinen, wordt het werk Gods er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's