De gemeente gratie - pagina 268
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
UITSTRALING VAN DE KERK IN DE WERELD.
264
XXXV. van de kerk in de wereld.
Uitstraliiia:
En God zegende baar,
werpt
en
ze,
en
God
ze,
zeide tot hen
Weest vrucht-
:
en vervult de aarde, en onder-
vermenigvuldigt,
en hebt heerschappij over de visschen der zee,
en over het gevogelte des hemels, en over
al
dat op de aarde kruipt.
het gedierte,
Gen.
1
:
28.
„Volkskerk", en „kerk als organisme" in onderscheiding van het instistuut, staan veel scherper tegenover elkander, dan gemeenlijk wordt ingezien.
De Volkskerk
predikt het beginsel, dat heel een volk, heel een natie
door den Doop in de kerk van Christus
is
te lijven, niet
in
geheele bevolking gelooft, of althans ondersteld
mag worden
omdat de
te gelooven;
maar niettegenstaande het ongeloof op de brutaalste wijze uitbreekt, niet enkel onder de leden, maar ook onder de ambtsdragers en besturen, en het notoir voor een ieder smartelijk kleine
dat de werkelijke geloovigen niet dan een
is,
meerderheid op de groote massa uitmaken. En de voor-
standers van de Volkskerk verdedigen deze openbare leugen op tweeërlei
manier. Vooreerst in antinomiaanschen zin door te zeggen, dat het wijzigen
van zondige toestanden niet aan den mensch die overtrad toekomt, maar
wachten moet
tot
God
zelf rechtstreeks
de zonde
En
uitsnijdt.
ten andere
door te wijzen op het vele goede dat uit het voortbestaan van zulk een
vermenging, nu wel niet voor de kerk, maar dan toch voor het volk en zijn
maatschappelijk leven voortvloeit. Het laatste
pleiten voor zulk een toestand
blijkbaar doel
is hierbij
en hoofdzaak; het eerste niets dan de uitvlucht,
om
zijn
van valsche vermenging,
berusten in en
in
de vierschaar
kunnen verontschuldigen. Zelfs zou men, o, zoo gaarne den toestand, om nu in de Volkskerktaai te spreken, „waar maken"; maar men tornt er voor op, het kan niet, het is nooit anders geweest en zal nooit anders worden; het is een fatale wet,
van eigen en anderer consciëntie
onder wier heerschappij het vaderland,
men
te
zucht, en die
van Christus, of ook het Evangelie, dat der wereld gisten
moet
is
wat
gist in
derhalve niet de kerk
een zuurdeesem in het leven
maar omgekeerd het beginsel der wereld dat gist en Christus' kerk. Tegenover die bange, fatale wet staat men
in
zijn
kerk heeft
die heerscht, zelfs is er in
als
zegt, dat „al
gist,
machteloos. In
is
wet
moet nagisten in de kerk." Het
men geen
leidend beginsel meer, geen geest
geen middenpunt, waarvan actie kon uitgaan. Het
de kerk als hchaam genomen één inerte massa; eenvoudig wijl de
samenstelling der kerk strijdt met het
abc
van het kerkelijk beginsel. De
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's