De gemeente gratie - pagina 511
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
507
DE ZONDVLOED EN DE ARKE.
verlof vroeg,
om meê
te
ingaan, en niet onwaarschijnlijk, lachten ze
Het
is
Noach met de zijnen alleen hem nog op den koop toe uit.
varen. Ze lieten er
God, die hier aan de ellende een perk
stelt.
Zóóver zal de vloed
in zijn vernielen mogen gaan, maar verder niet. Op den houten wand van de ark zal de macht van den vloed afstuiten, en achter dien houten wand zal de toekomst der wereld veilig zijn. En dit doel nu bereikt de Heere, niet door den vloed in te binden, maar door een kunstmiddel, dat Hij niet zelf daarstelt, maar vervaardigen laat door den mensch. God kan zelf rechtstreeks handelen, zoo b.v. wanneer Hij de Schelfzee klieft tot op haar bodem, dat Israël veilig doortrekt. Maar God kan ook middellijk werken ter behoudenis. Zijn gemeene gratie kan ook den mensch als instrument gebruiken, om den mensch te redden, en het is op dit laatste, dat feitelijk alle ontwikkeling van kunst en wetenschap, van landbouw en nijverheid, van uitvindmg en organisatie onder menschen is aangelegd. Daarom was het eisch om in het ééne voorbeeld van Noach het feit zelf, dat God ver-
derf stuit door den m,ensch als instrument
mensch boven
hierbij
alle
is,
gebruiken, en dat Hij den zijn,
Schriftuurlijk
bedenking te plaatsen. Van de arke gaat één machtig roepen
van God aan heel ons geslacht laat
te
op voorzorgsmaatregelen bedacht leert
te weer, tegen
uit: Stel
u te weer, en zulks eer het te
de machten des verderfs die zullen woeden.
I.
XVIII.
Het vinden der middelen.
Maar
die den
Heere zoeken, verstaan
alles.
Speeuken 28
Wel
verre er vandaan, dat in het
vroomheid zou schuilen,
blijkt
„lijdelijk bij
is
5b.
de pakken neerzitten"
alzoo veeleer rustelooze activiteit in het
gebruik der middelen ons van Gods wege ten plicht te
„gemeene gratie"
:
een genadig bestel Gods,
om
zijn gesteld.
De
zonde en ellende in
haar doodelijke werking te temperen, en elk kind des menschen, jong of oud,
zwak
of sterk, rijk of arm,
van zonde en ellende ook
wordt opgeroepen, om voor die tempering Daar moet
zijn persoonlijke bijdrage te leveren.
een ieder aan meedoen. Daar moeten allen zonder onderscheid zich voor inspannen. Feitelijk moet daar al onzes levens kracht toe w^orden
aait'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's