In Jezus ontslapen - pagina 39
,
BEKLEED MET WITTE KLEEDEREn".
23
hem
niet ziende, met een onuitsprekelijke vreugde." Niet sentimenteel, maar heilig teeder. Teeder, omdat ze in Jezus den toegang tot den Vader hebbeu, en omdat, zooals het hart dorst naar de waterstroomen, zoo hun ziel dorst naar den levenden God. Deze zijn de zielen, zooals men ze, helaas, weinig vindt, die overvloeien van een overvloeiende liefde voor het Eeuwige
Wezen. Zoo konden we voortgaan.
Bij
sommigen
is
het heimwee naar
boven metterdaad een trekken naar het Vaderland, naar het Vaderhuis waar ze thuis hooren. Weer anderen branden van verlangen naar heerlijker staat, dan hun op aarde ten deel viel. Er zijn er, die zoo aandoenlijk op de aarde geweend hebben, en nog weenen, om het eindeloos verdriet dat hen overstelpte; ongelukskinderen gelijk de wereld ze noemt; en die nu smachten naar het oogenblik dat de laatste traan van uit hun oog zal worden afgewiseht. Och, laat ons ons zelven en de gemeente Gods niet misleiden. Die waarlijk heimwee naar den hemel koesteren, en met den apostel begeerte hebben om liever vandaag dan morgen ontbonden te worden, ze zijn dun gezaaid, zelfs onder de geen zelfs onder diegenen die dat heimwee waarlijk loovigeu kennen, is die prikkel die hen drijft, nog zoo zelden van het ,
;
„fijnste
goud".
Want we
oiltkennen wel niet, dat er in elk der beweegredenen die we opsomden, iets is dat recht van meespreken heeft. Bijna elk van deze wordt ook in de Schrift gebillijkt. Maar toch, het dorsten naar den levenden God moet, zal het wel zijn de sterkste drang worden en wat daarmee gelijk staat het innig, vurig zielsverlangen om eindelijk, eindelijk dan toch voor eeuwig met de zonde te breken, en der zonde (jansclielijh af te derven. Paulus noemt dit: Verlost worden van het lichaam dezes doods. Christus zelf teekent het aan de kerk van Sardes als een ,
,
,
„
belieed ivorden met
ivitte
kleederen ".
Maar om dat
zielsverlangen
Onze dood
geen betaling der zonde: maar een afsterving
te kennen, moet ons dan toch haat tegen Satan, haat tegen de zonde, als een sterke, onweerstaanbare drijfkracht, innerlijk persen en dringen in het hart.
der zonde.
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's