De gemeente gratie - pagina 340
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET OPTREDEN DER GELOOVIGEN
336
specifieker!
kan het wel niet anders dan zijn veel deftige woorden, in gemaakte houdingen, in over-
vorm naar buiten
kracht zoeken in
DE WERELD.
IN
wil treden,
in zonderlinge kleeding,
spannen uitdrukkingen,
en in een
stijfstug gelaat
gedwongen „lieven" lach om de lippen. Doch heel anders wordt dit, zoodra men ernst met het Woord maakt, en het verstaan gaat, dat we ons licht hebben te laten schijnen voor de
of in een
menschen, opdat toch
zij
God om verheerlijken mogen. Dan dat we ons bewegen moeten op een
het zien, en er
het in den aard der zaak,
ligt
dat de wereld zelve overzien kan, waar ze verstand van heeft,
terrein,
ze zelve tot keuren in staat
waarop
en waarop ze u
is,
zal
en moet eeren,
indien ge metterdaad op dit ook voor haar openstaande terrein een kracht en bezieling openbaart, die de hare te boven gaat. Zoo wordt ge dan naar
uw
leven in de wereld verwezen. Niet naar een afgesloten geestelijk leven,
uw
dat door een staket afgescheiden, naast
naar
uw
ander leven zou staan, maar
Uw
leven als mensch onder menschen.
mensch herschapen. Niet u halven reinen
engel in u getooverd, die nu
onderdrukken
zou.
maar
Neen,
herschepping heeft u als
de menschenwereld uitgenomen, en een
uit
mensch
als
mensch zult ge kind van uw God menschen uw God verheerlijken.
zijn.
En
uw
menschelijken persoon
zijt
ge wedergeboren.
zoo als
mensch
zult ge
Als
onder
Daartoe nu vindt ge de baan geëffend. Algemeen bekend is het toch hoe er in de wereld een lust en begeeren werkt, om zich met de kinderen Gods bezig te houden. Ge behoeft heusch niets te doen, om de attentie der
wereld te trekken.
Aller attentie
dikwijls de wereld in haar kringen bijeen als
vast punt van bespreking:
Na
te
Ujderessen van den Christus ook iets
vanzelf op u gericht.
is
is,
staat op haar
En
zoo
agenda steeds
gaan, of er op de belijders en hezij aan te merken. Critiek oefent
en dat wel gestreng, scherp en aanhoudend, vanzelf op u uit. Dat doet de wereld in alle hoeken, en in alle kringen, en in alle gezelschappen. En als het haar dan gelukt een belijder of een belijderese van den Christus ze,
te
ontdekken, van wien ze merkt dat
in zijn persoonlijk
achterlijk,
heden
leven slordig
in geldelijke
is,
hij
zijn
„mooi praat, maar huisgezin niet
aangelegenheden niet
niet trouw, in zijn wijze
gang niet aangenaam maar
van doen niet
stooterig, in zijn
netehg, in zijn hartstocht driftig leelijker
op
is,
stipt flink
humeur
en misschien
leelijk doet,"
let, in zijn
eerlijk,
en prettig, in lastig, in zijn
zelfs zich
zaken
in ongelegenzijn
om-
karakter
nog wel aan
dingen schuldig maakt, dan gaat er in die kringen der wereld
één hoongelach op,
om
over dien schijnheilige te triumfeeren, en dan keert
zich die jubelkreet der wereld,
wel allereerst tegen
u,
maar toch
eigenlijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's