De gemeente gratie - pagina 84
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
ONGETEMPERDE WERKING VAN DEN VLOEK.
80
vermengen noch dooreenw^arren. De ziel is geen sublimaat van de noch ook het Kchaam een bezinksel van den geest in ons. Gelijk het
niet stof,
onzichtbare tegen het zichtbare overstaat en er van onderscheiden
ook
zijn
lichaam en
ziel
twee, edoch, ze
zijn
door
God
zoo
is,
in onze schepping
door een mystieken band verbonden, een band die als straf voor en gevolg van de zonde, in den dood tijdelijk moge loslaten, maar dien Gods almachtigheid eens weer aanbmdt. En zoo nu is het ook met het onzichtbare en het zichtbare leven der wereld. Ook op haar terrein bestaat er tusschen de geestelijke en de stoffelijke natuur zeker geheimzinnig verband. Van-
daar dat de zonde, niet alleen den dood van den mensch, maar ook den vloek over de aarde met zich brengt.
Adam: Het aardrijk mer verstaan, alsof
zij
er
vervloekt
om
God
zegt het dan ook klaarlijk tot
uwentwil. Alleen maar, dat
nu zekere geheimzinnige booze
zij
nim-
stof over de aarde
ware gespreid, en alsof de vloek in die booze stof zou bestaan, zoodat men door wegneming van die booze stof, ook weer den vloek van de aarde zou kunnen wegnemen want evenmin als de zonde is de vloek iets ;
positiefs. De zegen is niet een heilaanbrengende en de vloek een onheilspellende tinctuur; maar beide, zonde
op
zichzelf,
en vloek, krachten.
iets
zijn
in
grijpbaars,
iets
haar tegendeel omgekeerde oorspronkelijke scheppings-
De aarde brengt door den
vloek doornen en distelen voort, niet nu een nieuwe schepping van doornen en een nieuwe opzettehjke schepping van distelen plaats greep, maar de in de natuur aanwezige alsof er
krachten worden zoo omgeleid, en zoo omgezet, dat wat vroeger een goede plant was, nu omgezet
ons
is
in
een doorn of
omgaat. Al geven we dan ook wijze
distel, juist zooals
dat de doorn en distel hier meer
toe,
van voorbeeld genoemd worden, en dat deze vloek zich
mag
heel het leven der natuur uitstrekt, in geen geval
vloek een soort onheilige kleefstof zou
formule kon doen verdwijnen. natuur. Die vloek der natuur
eenige wat kan,
mag beleden worden,
om
dien vloek
te
zijn,
De vloek is
die
men
rust dan
feitelijk
is
bij
over
gezegd, dat de
door zekere toover-
ook nog op heel de
door Christus niet weggenomen.
En
het
dat ook die vloek in graad verschillen
en dat zoowel de gemeene gratie
bijdraagt,
Jesaja 55
dat de distel eens in een mirt, de doorn in een deuneboom
leert,
temperen.
als
de particuliere genade er toe
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's