In Jezus ontslapen - pagina 63
47
.WANDELINGEN ONDER DEGENEN DIE VOOR GOD STAAN ''.
de historie der mystiekei) weet er maar al te droef verhalen. Wat op die wijs met den geest begon, vermengde ten slotte geest en vleesch, door de grenzen tusschen God en zijn schepsel niet te eerbiedigen. En juist dat gevaar nu wordt hier afgewend, doordien God de Heere heenwijst op de levenswereld om zijn Troon. De tegenstelling is niet: God en de wereld, maar heel anders: onze arme levensiceirld hier op aarde en de rijke levenswereld die daarboven om Gods Troon is. .Juist zooals ons de heilige apostel de tegenstelling maakt als hij zegt: , Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoo zoekt de dingen die boven zijn waar Christus , zittende ter rechterhand Gods. Bedenkt de dingen die boven is zijn, niet die op de aarde zijn." Of wilt ge, wat in den brief aan de Hebreen heet: het hetere vaderland, staande tegenover het vreemdelingscJiap in de wereld hier beneden. Niet dus een oneindig ledig boven ons, en in het middelpunt van dat kille levenlooze oneindige de eeuwige God. Neen maar God in den hemel zijner heerlijkheid, en daarin, om Hem, een levenswereld die in glans en rijkdom zeer verre alle luister der
Helaas,
van
te
,
,
,
aarde te boven gaat. Niet de dood van het ledige, maar de volheid van het leven om den Troon des Heeren Heeren. En in die levenswereld daarboven allereerst de engelen voor ons tredend, gelijk men ook nu nog bij het binnentreden van een koninklijken hofburcht eerst de dienaren ontwaart, en eerst daarna doordringt tot de rijke levenswereld van het prinselijk huis. Dat spreken van icandeUngeii drukt dit nog. nader uit. Het is niet enkel een gezicht op den stoet van 's Heeren lijfstafiieren die Jozua wordt aangekondigd. Het woord wandelingen
dnikt veel meer uit. Bij een parade mag het volk de heirscharen des konings wel aanstaren, en het schitterend schouwspel van haar verschijning en haar bewegingen wel bewonderend van uit de verte aanzien, maar het moet op een afstand blj^jven. In haar rangen en rijen mag niemand zich mengen. Het volk dat komt zien, en het leger dat paradeert, blijven twee. Trekt daarentegen een zegevierend leger huiswaarts, en wordt het binnen de poorten door het dankbare volk begroet, dan duurt het niet lang of de scheiding valt weg, en op het plein waar de wapenlast wordt afgelegd, mengt ijlings het volk zich onder de krijgers, drukt hun de hand, brengt hun geschenken, en welhaast heeft het volk wandelingen onder de met zegepraal gekroonde troepen. Arm in arm wandelt soldaat en burger door de stad. Dat God de Heere aan Jozua. en dus ook aan een ieder die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's