De gemeente gratie - pagina 615
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DER EEUWEN LOOP.
611
gaande ontwikkeling van minder tot meer, een vooruitgang, een voller levensontplooiing. Wie den afstand indenkt die er nog op dit oogenblik bestaat tusschen het leven van den Hottentot in zijn kraal en het leven
van een
fijn
beschaafde familie in onze huidige Europeesche samenleving,
meet de nu reeds doorloopen ontwikkeKng als in een oogwenk. En al waant men aan het eind van elke eeuw, dat de vooruitgang zoo verbazend was, dat zich nauwelijks nóg verder gaande ontwikkeling denken laat, toch leert elke nieuwe eeuw, dat het nieuwe dat er telkens weer bij komt, alle vroegere voorstelling te boven gaat. Wat heeft niet weer de IG"**
eeuw ons menschelijk leven gewijzigd, verrijkt en vergemakkelijkt! men dan ook in vrome kringen vaak geneigd
Zeer ten onrechte was
om
tegen dien vooruitgang en die steeds verder gaande ontwikkeling van
ons menschelijk leven in verzet te komen, en zonder twdjfel dient erkend, dat juist de Christenen, door zich aan die gestadige ontwikkeling te onttrekken, oorzaak
zijn
geworden, dat in zedelijk en godsdienstig opzicht die
ontwikkeling zoo dikwijls verkeerde sporen insloeg.
Wie
in Christus zijn,
moesten zich tegen die ontwikkeling en dien vooruitgang niet alleen niet verzetten, maar zelfs moesten ze niet van verre blijven staan. Anderen voor te gaan, ware ook op dit terrein hun roeping. Het Calvinisme IG*^^
en
17'^«
we onder
eeuw ging vooraan, beheerschte daardoor het
allerlei
leven.
in
En
de dat
Doopersche en Methodistische invloeden thans het veld
voor het ongeloof ruimden,
is
een schuld onzer vaderen, waarvan wij thans
de bittere gevolgen dragen.
daarom moet
Juist
er
dan ook met nadruk op gewezen worden, dat de kan
tijdsruimte der eeuwen, die sinds den val verhopen, geen ledig kader
vormen
in
de Besluiten Gods; dat die tijdsruimte van eeuwen die achter
ligt, naar Gods Besluit een bedoeling, een bestemming moet gehad hebben; en dat die bedoeling dan eerst begrepen wordt, zoo men verstaat, dat de voortgaande ontwikkeling van ons menschelijk leven in het plan
ons
Gods begrepen
is.
Dus ook dat de
Historie van ons geslacht, die d'eze ont-
wikkeling tot resultaat had, niet uit Satan, noch uit den mensch, uit
God
is;
en dat het werk Gods in de Historie miskent,
ontwikkeling verloochent, en niet waardeert.
De
al
Schrift spreekt
maar
wie deze
van „de
voleinding der eeuwen" wat niet zeggen wil, dat de eeuwen eens uit
maar dat ze zich richten op een einddoel, en dat al wat in die met dat einddoel in verband staat. Tot die ontwikkeling nu prikkelt God den mensch, door den nood, door het lijden, door de ellende. Daarom is het zoo door en door verkeerd, in zullen
zijn,
eeuwen
hgt,
dat lijden eeniglijk een oordeel te zien, waaronder
maar moet dat
lijden
weer erkend
als de vijand
we
te
zuchten hebben,
waartegen God ons ten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's