De gemeente gratie - pagina 607
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
603
LIJDEN EN SCHULD.
mensch. God schiep er de menschen voor en God bereidde ze toe voor
hun taak. God deed hen vinden wat ze vonden. Natuurlijk. Maar dit alles neemt het feit niet weg, dat ge op dezen langen weg aldoor den mensch vindt werkende in Gods werk, en God werkende door den mensch als Niets
instrument.
nog
is
ooit uitgevonden, of verzonnen, of
aan het Hcht
eeuwen in de natuur om ons heen Maar het lag verborgen. Niemand ingelegd. natuur had en in der menschen zag het. Niemand kende het. Stoom is er geweest van het eerste oogenblik af, dat water door vuur verwarmd is. Maar niemand zag wat in dien stoom inzat en wat er mede te doen viel. God zag het, maar de mensch zag het lange eeuwen niet. Maar als eindelijk de kracht van den stoom openbaar wordt, is het een mensch die hem uitvindt, en een mensch die allengs dien stoom leert aanwenden. En zoo is het met alles. Er komt niets nieuws bij
God
gebracht, dat
de wereld de
in
dit
verscholen,
historie
lag in de wereld van den aanvang.
wat nu uitkomt,
Alles
bij.
Maar bedekt,
niet reeds voor vele
verborgen.
En nu
is dit
der menschheid uitkomt, dat
het beleid Gods, gelijk
God den mensch
achter-
eenvolgens nu het ééne, dan het andere middel vinden laat, waardoor die mensch in staat wordt, telkens meer lijden af te wenden, en telkens het leven rijker en blijder te maken. Dit doet lieverlede doet Hij
dit
licht
God
niet opeens. Eerst
de duisternis opgaan. Soms zeKs
in
van
zijn er
eeuwen dat we schijnbaar teruggaan. In Klein- Azië was het leven eertijds veel rijker en gelukkiger dan het er nu is. Maar, als één geheel genomen, is
de menschheid steeds vooruitgegaan, en heeft ze van God steeds overom heerschappij te hebben over geheel de
vloediger middelen ontvangen,
En juist God ons weer
natuur, naar luid van de oorspronkelijke Scheppingsordinantie.
om
daarom voegt het ons niet en past het ons nieuwe middelen vinden laat, deze tegen te staan en te verachten, overmits dit niet anders is dan een weerstaan en verwerpen van wat ons God in zijn „Gemeene gratie" schenkt. niet,
Veeleer
om
het aller roeping,
is
als
ons steeds de vraag te stellen, of er
nog andere krachten en middelen en wapenen tegen het lijden en tegen de macht der natuur verscholen en verborgen liggen, die wachten
niet
op ontdekking, en die God wil dat door menschelijke inspanning en door menschelijke worsteling aan het licht zullen komen. Beschaving, verlichting, ontwikkeling en vooruitgang zijn niet uit den Booze, maar uit God, en van
den Booze
is
alleen
de verkeerde, onzedelijke en goddelooze aanwending Christenen, ons
erVan,
waartegen
zetten.
Maar het komen
wij.
genadegave Gods, waarvoor we als
met hand en tand hebben
tot grootere heerschappij over
Hem
kinderen Gods, ons hebben in te
de natuur
te veris
een
danken hebben, en waarvoor we, spannen. In de menschheid zijn door te
kiemen voor eene majestueuse ontwikkeling gelegd, en het was Gods wil van meet af, dat deze kiemen in
God
zelven
bij
de schepping zoo
rijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's