De gemeente gratie - pagina 255
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
;
DE KERK ALS INSTITUUT. ORGANISME. mysterieus indringen in Christus eer
we
Schaduwachtig omdat het
achtig beeld.
tamme boom temt de wilde
tot
juist
loot die er op
251
hem komen,
een schaduw-
omgekeerd werkt. Niet de
wordt gezet, maar de tamme
die geënt wordt, temt de opwerkende sappen van den wilden boom. Het omgekeerde dus van wat we hebben moesten. Hier toch is het mystieke lichaam het organisme dat den enkelen persoon in zich inlijft en tam maakt
loot
niet de
enkele persoon, die door op het lichaam geënt te worden, het
lichaam
tamme vrucht
doet dragen. Doch laat
rekening, dan toont de inenting ons tweeërlei: inenting organisch
hoe
2".
men 1".
dit verschil
nu buiten
hoe een losse loot door
met een bestaanden stam kan verbonden worden; en
dit alleen mogelijk
is,
doordien er reeds vóór die inenting overeen-
komst en plantaardige eenheid tusschen entsel en stam bestond. Het ingeente lot zou niet kunnen aanslaan, indien er niet in Gods ordinantie over het plantenrijk zulk een overeenstemming tusschen lot en stam ware gesteld, dat beide, zoo als ze in aanraking met elkaar komen, haar saamhoorigheid kunnen doen werken. En dit nu geeft ons althans eenig schaduwachtig beeld van wat in het Lichaam van Christus plaats grijpt. Ook hier toch wordt wel het enkele lid eerst later tot het Lichaam gebracht,
maar dat beide zich aldus organisch verbinden kunnen, is alleen mogelijk, omdat er reeds vooraf tusschen dat Lichaam en dat lid, krachtens Goddelijke ordinantie, levenseenheid en levenssaamhoorigheid bestond. Doch dan volgt hier ook uit, dat ge, gelijk bij de inenting van het lot in den stam, zoo ook hier bij de inlijving van het lid in het Lichaam van Christus, niet alleen op lot en stam, d. i. op lid en Lichaam^ te merken hebt, maar dat ge ook uw aandacht hebt te vestigen op de organische banden die lot
en stam, of hier dan
Van
lid
en Lichaam, verbinden.
die organische verbindingen spreekt de Hebreërbrief
feUjk lichaam
aangaat,
als hij
zegt:
„Want het woord Gods
wat ons is
stof-
levend en
krachtig, en scherpsnijdender dan eenig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot
de verdeeling der
inergs,
Er
is
en
is
ziele
en des geestes, en der samenvoegelen en des
een oordeelaar der gedachten en der overleggingen des harten."
maar er zijn ook „samenhet „merg" verbinden met het lichaam. En het
alzoo „verdeeling der ziel en des geestes",
voegselen" die beide in
beeld dier organische verbindingen of samenvoegsels brengt de apostel in
Epheze 4 16 rechtstreeks op het mystieke Lichaam des Heeren over, als hij schrijft: „Uit welken het geheele lichaam, bekwamelijk samengevoegd :
en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijne mate, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde." La dat ^bekwamelijk saamgevoegd en saam, vastgemaakt zijnde" spreekt zich toch
juist diezelfde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's