De gemeente gratie - pagina 59
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEREFORMEERD UITGANGSPUNT.
55
natuur verbindt. Deze vermogens en krachten staan gefundeerd in het wezen van den mensch, en in zijn natuur werken ze. Liefdo en haat is éénzelfde kracht, alleen de ééne maal in plus, de andere maal in minus
werkende. Het
God
die naar
dezelfde kracht,
is
toe en tegen
God
zich
kan richten, weshalve ook de zonde niet een apart iets in de natuur is, maar alleen een ommekeer van de richting waarin de krachten des
menschen werken. Zo werken óf naar boven, en dan zijn ze goed, óf naar beneden, en dan zijn ze kwaad. In wezen blijft de tong één of ze God vloekt of God looft, maar bij den ééne zal ze tot een prijzen des Heeren geneigd zijn, bij den ander zelfs onnadenkend en onopzettelijk in een vloek uitgaan. Er werkt in de zonde geen enkele kracht, die niet bij het wezen van den mensch behoort, en ook in de eeuwige heerlijkheid zal geen enkele kracht uitkomen, die niet van het Paradijs af in 's menschen wezen gefundeerd ligt; maar de richting waarin die krachten werken, kan tegenovergesteld
zijn,
en juist in deze richting dier krachten, spreekt niet ons wezen,
maar onze natuur. Toch moet ook hierbij, om een helder inzicht te erlangen, bovendien nog tusschen 's menschen ik, en tusschen zijn natuur onderscheiden worden. De in 's menschen wezen ingeschapen krachten werken toch onder tweeërlei motief; eenerzijds onder het motief van zijn
motief van
natuur.
zijn
iemand een slag zijn
Wie
in drift
ter verzoenüig uitstrekt, doet de kracht in,
en anderzijds onder het
in het aangezicht te geven, handelt
natuur; wie daarentegen opwellende
natuur
ik,
de kracht zijner hand misbruikt,
onder het motief van
zijn ik.
drift
van
zijn
om
onder het motief van
onderdrukt, en de hand
hand werken, tegen
Eerst nu in
die-
zijn
tegenstelHng met
ons ik wordt het karakter van onze natuur ten volle begrepen. Onze
vaderen te Dordt beleden
in Art.
1
van Hoofdstuk 3 en
4,
dat de mensch
oorspronkelijk niet alleen „in zijn kennis geestelijk, en in zijn wil gerechtig,
maar ook dat
hij
in zijn
genegenheden zuiver stond," en evenzoo, dat hij zijn kennis verduisterd, in zijn wil verwrongen,
door de zonde niet alleen in
maar ook onzuiver geworden is „in deze neigingen nu zijn een macht, als ons ik
sleept.
lijdelijk
blijft,
Altoos hellen
overhelling,
deze
is
zijn
genegenheden." Deze genegenheden,
die
van ons ik
we naar de
ééne, of naar de andere zijde.
neiging brengt teweeg,
krachten werken zullen, vanzelf gegeven of ook hooger
te onderscheiden
is.
Ook
er toch in ons een werking, die ons ik mee-
dat de is,
tenzij
richting
En
deze
waarin onze
ons ik er tegen inga,
genade het anders keere.
Dit onderscheid gevoelt men het gemakkelijkst, zoodra men van onze gemeene menschelijke natuur op de bijzondere natuur van den enkelen persoon komt. Dan toch is het duidelijk hoe de natuur des éénen meer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's