De gemeente gratie - pagina 490
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET ONHEILIGE VAN ALLE SMART.
486
Gods heeft gedragen. Welnu, dat deed Christus voor ons, want hij stond buiten alle zonde, maar wij dragen den toorn Gods van onze ontvangenis af,
en
alle
dagen onzes levens, van de wieg tot het graf, drukt op dat leven dus het onheilige, datgene waarin én wsiartegen God toornt.
vloek, en
de
Aldus bezien begint het vraagstuk dat ons bezig houdt reeds doorzichtiger te
worden. Is
vloeisel
van den vloek, zou het er
alle lijden, d.
wat ons menschelijk verstoort, uitzonder den vloek niet wezen, en is
al
i.
alzoo de vloek nog steeds in alle smart, in alle lijden, in alle verdriet, en in alle derving
oog, hoe
van geluk en vreugde nawerkende, dan springt het in het met de zonde in oorzakelijk verband staat, en alzoo in
alle lijden
Dat Jezus de koorts bestraft, dat God het wild gedierte scheldt en dat de dood een vijand Gods heet, die overwonnen moet en zal worden, wordt, dus opgevat, reeds ten deele verstaanbaar. Alles waar vloek aan kleeft, wekt reeds het gevoel van afschuw zijn
oorsprong
iets onheiligs heeft.
is het dan niet, dat al wat aan wederpartijdig is. Zelfs in Gode den vloek ook maar van verre herinnert, stoffelijken zin nu gaat dit onder de menschen door. Ongedierte wekt wel
in
ons menschen op
;
hoeveel begrijpelijker
terdege onzen weerzin,
binding van een
lijk
we
schrikken er van nature voor terug.
het zien pijnlijk aan. Pijn schrikt ons zeer.
Het
af.
Het
zien
en
ontbij
van een wonde doet ons
overwinnende inspanning.
blijven bij een bloedige operatie kost
Huidziekten,
De
heeft iets terugstootends, een geraamte doet ons
dooretterende bloedziekten doen ons onwillekeurig het
aangezicht afwenden.
De
etterstank, die
van verzweringen, zoo
in- als uit-
wendig, soms uitgaat, wekt onwillekeurig onze walging. Er zijn er die al zulke doorschemeringen van den vloek noch aanzien noch uitstaan kunnen,
en er flauw van vallen, of er van gaan braken. Wie
ooit
een poklijder,
zwart van pokken over het heele lichaam, heeft gezien, weet hoe tegenmenschelijk de indruk is, en, keerde wat God verhoede, de pestilentie of de zwarte dood ooit weder, zoodat de aanblik van deze stuitende ellende meer algemeen werd, men zou het eens zien, hoe diep het weer gevoeld
werd, dat in zulke
afgrijselijke
ziekten een boosaardige
macht ons men-
schelijk leven overvalt.
Dat booze,
giftige, onheilige
in de ontbinding van het
sterk lijden
uit,
element nu komt
lijk,
in zulke pestilentiën,
komt
en komt in sommige ongedierten derwijs
dat ieder het merkt, ruikt en tast.
Ware
dit
nu
bij alle
overig
even sterk het geval, zoo zou er geen misverstand bestaan kimnen. zijn van de waarheid, dat aan alle lijden
Ieder zou terstond doordrongen
vloek kleeft, en de indruk van alle lijden zou rechtstreeks een weerzin-
wekkende en terugstootende
zijn.
Dit echter
is
niet het geval.
Er
is
ook
hier, evenals in alle leven, een grove werking, die met de gewone zintuigen valt waar te nemen, en een fijnere, die zich alleen ontdekt voor het gewapend oog. Yan een wilde kat die u bijt, ziet ge den boozen kop en de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's