De gemeente gratie - pagina 652
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE EN DE ZONE GODS.
648
de afstanden juist mat, de zekerheid waarmee
hij
het roer aangreep en
op juiste hjn draaide, en de kloekheid van het hart waarmee
gespannen oogenbHk meester van zichzelf
hand behooren wel
kwam
schip
zijn
tot zijn
wel het
ééne wezen, en
van
effect
hij
in zoo
bleef. Zijn hoofd, zijn hart, zijn
in zijn gelukkig sturen
geheele optreden
zijn
hoofd had daarbij toch een andere functie dan
zijn
uit,
hand, en
van
maar zijn zijn hand
weer een andere functie dan de kloekheid en de moed van zijn hart. En stemmen we nu toe, dat ook in dit beeld nooit zonder nadere bepaling op het Goddelijk Wezen is over te brengen (niet één beeld gaat, als we
al
van God spreken,
ooit
Schrift bezigt), toch
ook
zuiver door, ook niet de
maakt reeds
het Goddelijk Wezen,
in
dit beeld
beelden die de Heilige
het eenigszins voelbaar, hoe er
de strengste éénheid van Goddelijke
bij
toch onderscheid in de werkingen zijn kan en
is;
en het
is dit
actie,
onderscheid
der werkingen dat de Heilige Schrift ons eenigszins toelicht, als ze ons leert,
dat het ontstaan der dingen uit
bestaan der dingen is
is
God den Vader
is,
dat het zóó
door God den Zoon^ en dat het leven in de dingen
van God den Heiligen Geest. „Nochtans hebben wij maar éénen God
en Vader, uit wien
wien
alle
Houd
dingen
alle
dingen
en éénen Heere Jezus Christus, door
zijn,
zijn".
God den Vader, en het zóó wordt u terstond duidelijk, waarom de
hieraan nu vast. Het ontstaan uit
bestaan door den Zoon, en het
Middelaar der Verlossing niet
maar moest
zijn
ontstaan? Stellig
de Zoon. niet.
de Vader, en niet
is
Wat
toch
is
Neen, verlossing
is
de Heilige Geest,
verlossing? Is het dingen doen is
alleen in het zóó bestaan der
dingen verandering teweegbrengen. Dit vloeit vanzelf uit den aard der
De dood
zonde voort.
is
niet het vernietigen
want ook de rampzaligen bestaan
eeuwiglijk.
alleen een wijziging, een verandering
Een zondaar anders dan
hij
blijft
teweeg
wel bestaan, maar
moest. Verlossing
is
hij
van een creatuurlijk mensch, Zonde en dood brengen dus in
de wijze van ons bestaan.
bestaat verkeerd,
hij
bestaat
ook niet het nieuw-doen ontstaan van
een wezen dat niet bestond, maar een maken, dat het weer wordt gelijk het zijn moest, terwijl het eerst verkeerd bestond. Hieruit
is
het duidelijk
dat alle verlossing zich beweegt niet op het terrein van het ontstaan van
den mensch, maar op het terrein van het zóó bestaan van den mensch. zijn, maar dat ons zóó bestaan Hem, maar door den Zoon is, dan volgt hieruit met noodzakelijkheid, dat het geheele werk der Verlossing zich samentrekt in die eigenaardige werking, die niet is van den Vader, maar des Zoons, en dat uit dien hoofde niet de Vader, maar alleen de Zoon de Middelaar onzer ver-
Leert nu de Schrift, dat wij uit den Vader niet uit
lossing zijn kan. alsof het werk des Vaders of des Heiligen Geestes maar één oogenblik rusten zou, of weg ware te denken. Of hoe
Niet natuurlijk, daarbij ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's