In Jezus ontslapen - pagina 103
91
Er staat toch bij En op dien steen een nieuwen naam dien niemand kent dan die liem ontvangt. Dus niet uw naam van hier. Dat zal dan zijn uw oicde naam en wegvallen, en daarvoor komt dan in plaats de nieuwe naam. En dien nieuwen naam zult ge niet van menschenlippen ontvangen, want niemand kent hem, maar ontvangen van uw God die hem kent en hem u in het verborgene en om een eeuwig geheimnis tusschen u en uw God te blijven, op dien :
,
,
,
keursteen
geeft.
kunt, want
hij
,
En zoo geeft, dat gij hem nimmer vergeten staat gegrift in een keursteen, die evenals het
witte kleed, u eeuwig bijblijft. Nu zegt de Schrift van God:
naam
„Zijn
ziet het wezen''''
(Micha yi 9). Zoo is het op aarde niet. Onze namen zijn een etiket. Ze zeggen niets: ge draagt hier een naam, die hou derden anderen eveneens dragen. Meest zelfs draagt ge uw naam, omdat uw vader of moeder dien naam voor u droeg. Bij ons is de naam familieband. Niets persoonlijks. Niet iets eigens. Niet iets waarin uw wezen ligt uitgesproken. :
En
dat
kan niet anders. Want ge ontvingt uw naam vóór nog iemand wist wat in u school of
kindeke,
kleine
u worden
als
uit
zou.
hadt ge later uw naam willen veranderen, om in een eigen naam uw persoon uit te drukken, het zou u nooit gelukt eenvoudig omdat ge uzelven niet kent. zijn Niemand heeft op aarde ooit zijn eigen wezen doorgrond. Tot aan ons sterven toe blijven we voor onszelven het
En
al
,
diepste mysterie.
Maar dit is dan ook de heerlijkheid, die ons na ons sterven wacht dat dan de sluier onszelven van het aangezicht wordt genomen, en dat God ons dan ons eigen wezen als in een ,
klaren spiegel toont. Dan eerst. Niet eer. En hierin is genade. Doorzagen we hier op aarde ooit ons eigen wezen zooals we werkelijk bestaan we zouden voor onszelven terugschrikken. Zooals de liefhebbende vrouw, die naar het hospitaal ijlde om haar op het slagveld gewonden man terug te zien, onwillekeurig terugschrikt, als ze zijn misvormd, en met pleisterverband omwoeld gelaat aanschouwt, zoo zou onze ziel terugdeinzen voor onszelf, als we ons door zonde geschonden en door genade omwonden wezen in klaarheid aanzagen. ,
En daarom
toeft
Jezus.
En dan
eerst zal hij
u uzelf lateu
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's