In Jezus ontslapen - pagina 32
!
20
Paulus noemt dit: Verlost wordeu van het lichaam dezes doods. Christus zelf teekent het aan de kerk van Sardes als een „
heideed lüorden met
ivitte
hleederen^\ te
Maar om dat
zielsverlangen
Onze dood
geen betaling der zonde: maar een afsterving
kennen, moet ons dan toch haat tegen Satan, haat tegen de zonde, als een sterke, onweerstaanbare drijfkracht, innerlijk persen en dringen in het hart.
is
der zonde.
Hier blijft Gods kind tot aan zijn dood toe een slachtoffer van de zonde. Een verwarrende gedachte voor ons denken en belijden, en een pijnlijke realiteit voor onze conscientie. O, het klinkt zoo verrukkend heerlijk als het heet: „Wij dan ?" die der zonde gestorven zijn, hoe zullen we nog in haar leven Of ook: „Onze oude mensch is met hem gekruisigd, opdat het lichaam der zonde (d. i. het wezen der zonde) te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen". Of eindelijk: uit God geboren is zondigt niet meer en hij kan niet „ Die meer zondigen, want het zaad Gods blijft in hem". Maar met dit al blijft er dan toch zonde in ons wonen. Voelen we telkens den trek naar de zonde in ons opkomen. En hebben we eiken avond opnieuw onze zonden voor onzen God ,
,
te belijden.
Want er zijn wel personen, zelfs predikers geweest, die uitriepen: „Ik ben er. In meer dan tien jaar deed ik geen zonde meer. Men kan een reëel heilige reeds hier op aarde zijn." Maar bitter was de ontnuchtering veelal. Hoe werd niet meer dan één van wie zoo spraken, straks ellendiglijk door grove zonde verrast Lees en herlees wat zelfs een apostel als Paulus in Rom. VII klaagde over zijn eigen zielstoestand: „Ik heb een vermaak in de wet Gods naar den inwendigen mensch, maar ik zie een andere wet in mijn leven, die mij gevangen neemt onder de wet der zonde." En diezelfde Johannes, die zoo heerlijk-overwinnend schreef, dat wie uit God geboren is niet meer kan zondigen schreef hij het ook niet „ Indien wij zeggen dat wij geen zonde hebben zoo verleiden wij ons zelven en de waarheid is in ons niet?" Helaas, we hebben er geen getuigenis voor noodig, we weten het zelven wel. De zonde blijft ook onder Gods kinderen een ruacht, waarvoor ze zoo telkens bezwijken. Het is zoo, het is niet meer de oude heerschappij der zonde. Ze dienen in strengen ,
:
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's