De gemeente gratie - pagina 524
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VOORZORGSMAATREGELEN.
520
we bedacht op
gevaar. Kortom, heel ons leven door zijn
mogelijke onge-
nemen we, met aller toestemming, om het kwaad te voorkomen, of, komt
lukken, die ons overkomen konden, en
maatregelen van voorzorg,
allerlei
het, in zijn vernielende
Nu
werking
te zeggen, dat die soort
te stuiten.
meer gewone ongelukken ons
toekomen, en dat God uitsluitend
rampen, zooals wanneer de bliksem
uwer woning doet, ware al
aantast,
of een
te goddeloos.
van God
niet
toorn openbaart in buitengewone
zijn
u
bij
inslaat,
een epidemie de plaats
aardbeving den bodem onder u schokken
Het
in dien zin
buitengewone
is niet
het één
duizendste van wat in ons menschelijk leven voorvalt, en waartoe anders
deze voorstelling derhalve, dan
leidt
en
God
rassende en onverwachte ongelukken
Wie
om
bijna heel ons leven buiten
buiten ons leven te plaatsen, en slechts nu en dan zijn
bij
God
extra-ver-
almachtig ingrijpen te huldigen?
de Gereformeerde belijdenis in haar eersten grond verstaat, zou
die
met zulk een averechtsche deeling van het leven ooit vrede kunnen nemen ? God Almachtig in alle ding te kennen en in alle voorval des levens het bestel zijner majesteit te eeren, is juist de zenuw onzer kracht. Ge moogt niet zeggen:
maar zijn
als
Als het land overstroomd wordt, doet
de bliksem inslaat, doet
God
het. In regen
dit
de sterke regen,
en bliksem beide
is
één zelfde majesteit, en het heeft daarom geen zin te zeggen: Tegen
opwerpen mag, maar tegen den bliksem een metaalmag niet. Beide mogen, of het mag geen van Maar het ééne te eischen en het andere af te keuren is niets dan
den vloed een
dijk
stang op het huis plaatsen beide.
dubbelhartigheid en tweeslachtigheid.
Men
blijft
aan den schijn hangen en
denkt over het samenstel van Gods werken niet
Overstrooming
is
een verniehng, die van
tot in
den grond door.
God komt, doordien God
land lager gelegd heeft dan het andere, en
zijn
het ééne
overvloedigen regen deed
nederdalen, en den daardoor gezwoUen stroom eerst vastvriezen, en toen plotseling ontdooien deed.
Dat
alles
deed God. De lage ligging van het
de sterke piasregen, eerst vorst en toen dooi, het komt alles van Hem, en als er nu onzerzijds niets gedaan en geen voorzorgsmaatregelen genomen worden, dan komt de overstrooming zeker, en wordt een ver-
land,
woesting onder menschen en vee aangericht, waarbij vergeleken de schade
van het inslaan van den bliksem eenvoudig niets is. Daartegen nu wordt de dijk aangelegd, en alzoo de pas aan het water, dat God zendt, afgesneden
om uw
te verwoesten. En dit nu mag niet alleen, maar Wie het naliet, zou in plichtsvervulhng te kort schieten. nu zeggen we ook Als God zijn electriciteit in zijn wolken ophoopt,
het moet
En
zoo
akkers
zelfs.
:
en het gevaar ontstaat, dat hierdoor de bliksem
insla,
en het leven van
een gezin of ook den welstand van het goed in gevaar brenge^ dan moogt ge niet alleen, maar dan moet ge elk dienstdoend middel aanwenden, waardoor dit gevaar afgewend of althans geminderd kan worden. Immers het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's