Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 326

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 326

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

2 minuten leestijd

HET

322

GOD DIE ONS HEILIGT.

IS

heerscht uit te breiden, en den tegenstand van de onherboren sfeer des

om

levens

wel

en in ons, te verzvi^akken. Tweeërlei werking Gods

onderscheiden. Er

te

niet in zijn

kern,

maar

in

en anderzijds een werking

eenerzijds een werking

is

zijn

om

hier dus

is

het herboren

ik,

eigen bewustzijn en wilssfeer te sterken,

om den

tegenstand in het organisch samenstel

verzwakken. Beide deze werkingen werken elkaar

van het leven

te

hand, ze

op elkaar aangelegd, en ze hebben tengevolge, dat het her-

zijn

de

in

boren ik tot helderder bewustheid, tot krachtiger wil ten goede, en tot

Maar

reinere levensuiting geraakt.

werken

De genadewerking Gods

aard.

al

zijn

ze op elkaar aangelegd, en al

ze beide de heiligmaking in de hand, toch zijn ze verschillend

bewustheid en sterker wilskracht ten goede brengt,

heldere

van

die inwendig het herboren ik sterkt en tot

geheel

is

personeel en particulier, en doelt op zaligmaking; de andere werking daar-

entegen waardoor

God den tegenstand

inwerking der zonde van buiten komt, heen, draagt een

van het

tijdelijk

staande.

Alzoo

is

breekt, is

die

uit

de nawerking en

geweven door anderer leven

meer algemeen karakter, en verheft wel het karakter leven, maar heeft met de eeuwige zaligheid niets uitde eerste actie een werking van particuliere genade,

de tweede van rjemeene gratie.

Het tot

niet

onderscheiden van deze beide heeft telkens en telkens weer

het miskennen van het geheel eigenaardig karakter der heiligmaking

en teweeggebracht dat

geleid,

in

de heiligmaking ten slotte weinig anders

gezien werd, dan zekere poging van de belijders van Christus zedelijk

te

verbeteren. Wij maakten dan ons zelven heilig.

En

om

zich

overmits

nu ook onder de ongeloovigen vele edele personen voorkomen, die nauw hun levenswandel, hun kleine verkeerdheden bestrijden en te boven komen, en niet zelden in rechtschapenheid van leven zulke aanmerkelijke vorderingen maken, dat ze menig kind van God beschamen,

letten op

heeft

deze

miskenning van het eigenlijk karakter der heiligmaking er

onwillekeurig toe geleid, dat

heiligmaking glippen

liet,

men

de onmisbaarheid van het geloof

onze dogmatiek er niets toe deed, zoo leefde.

De

bij

de

en alzoo ten slotte de stelling aanvaardde, dat

men maar

„Christelijke en maatschappelijke

braaf en ernstig en zedelijk

deugden" van onze schoolwet,

konden eerst als gevolg en uitvloeisel van die valsche beschouwing los worden gemaakt van haar wortel in de belijdenis van den Zone Gods. Het is daarom strikt noodzakelijk, dat ook op dit punt de belijdenis onzer vaderen weer in eere hersteld worde, en kloek en vastelijk door ons worde beleden, dat de heiligmaking niet is een ons beteren, maar een daad, een werking van den Heiligen Geest in ons hart. God, niet de mensch, is van de heiligmaking de werker.

"Wij

worden

er door bewerkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 326

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's