De gemeente gratie - pagina 604
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
LIJDEN EN SCHULD.
600
de goddeloozen, en komt het oordeel het hardst juist op de vromen neer.
Denk
Nero
slechts aan
die brast in
misdaad en brooddronkenheid,
de discipelen des Heeren vermoord v\^orden in het w^orstelperk. die der bijzondere en der
lijnen:
het
lijden, zijn
en het
is
niets
terwijl
De
tv^ee
algemeene openbaring, ten opzichte van
dus
w^el terdege reeds in het Oude Testament zelf aanvrezig, dan oppervlakkige onnadenkendheid, zoo men in gesprekken,
in toespraken, in stichtelijke hteratuur, in poëzie
en in predikatie juist de
rechtstreeksche theorie, die niet voor ons geldt, op ónze toestanden toepast,
en daarentegen de klacht van Job en Asaf, die op óns leven
oog
verliest.
Metterdaad
is
Wat
lingen op dit punt, dan ook onafwijsbaar geëischt.
Openbaring voortvloeide, moogt gangspunt kiezen
;
het
slaat, uit
de geheele herkenning van de oude voorstel-
ge,
waar
die
en daarentegen hebt ge
uit
ophield, niet
juist
thans,
de bijzondere
meer
als uit-
voor het tegen-
woordige leven, die geheel andere theorie toe te passen, die evenzeer, maar
op geheel andere wijze, den samenhang tusschen zonde en recht doet komen. In de bijzondere Openbaring
is
die
lijden tot zijn
samenhang een
recht-
Voor die zonde dat lijden. Buiten die bijzondere Openbaring daarentegen is die samenhang door heel het leven heengeweven Voor streeksche:
:
aller schuld
het lijden dat allen treffen moest, maar nu door „Gemeene
gratie" tot de enkelen beperkt wordt.
Over de beteekenis van
voor het lijden van den Christus, spreken
ook
dit
aan
te stippen,
we
thans
niet.
dit leerstuk
Genoeg
zij
het,
opdat de kenner ons versta.
Doch na aldus de minnaars van Gods Woord gewaarschuwd en
tot
de
van het lijden, gelijk die thans voor ons hebben teruggeroepen, nemen we dan nu ten slotte den algemeenen draad weer op, om het beleid Gods in de „gemeene gratie" in verband met het doel, dat ze beoogt, duidelijk te doen uitkomen. Dat beleid namelijk bestaat niet uitsluitend hierin, dat er in het Paradijs, na den val, zekere „Gemeene gratie" intreedt, om de volle doorwerking van het verderf
juiste
Schriftuurlijke voorstelling
geldt,
te
te
stuiten,
maar
en alzoo een menschelijk leven op aarde mogelijk
strekt
zich
veeleer ook tot dat andere
uit,
te
maken,
dat een steeds rijkere
„Gemeene gratie" het menschelijk leven steeds doet vooruitgaan, en het, dank zij dezen vooruitgang, tot steeds rijker en voller ontplooiing brengt. Er moet uit dien hoofde tusschen deze twee stirkken van de „Gemeene gratie" wel onderscheiden worden. Er is eenerzijds de constante werking der „Gemeene gratie", die in het Paradijs, na den val, begon, en die tot op den dag van heden, precies gebleven is wat ze oorspronkelijk was, en deze constante „Gemeene gratie" bestaat zelve wederom uit twee deelen. Ten eerste daarin, dat God de vernielende macht in de natuur tegenhoudt, opdat ze de wereld niet ten eenemale verwoeste. En
toebedeeling van deze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's