De gemeente gratie - pagina 212
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
ONMIDDELLIJKE WEDERGEBOORTE.
208
genade noodzakelijk
om
zijn,
dit
medewerkende
iets in
den persoon
zelf,
omgeving aanwezig te doen zijn. Doch juist dit is niet zoo. In den mensch of onder menschen werkt niets, wat het ook zij, ter wedergeboorte mede. Eer werkt van 's menschen zijde alles tegen. Niemand kan tweeërlei wedergeboorte stellen. De wedergeboorte is voor allen één. Men kan dus niet zeggen: De wedergeboorte is anders bij een menschenkind of in zijn
van een maand of van een jaar, dan bij een menschenkind van volwassen Van tweeën één dus. Ge moet óf alle onnoozele kinderen van de wedergeboorte uitsluiten, óf ge moet erkennen, dat bij de wedergeboorte niets als voorafgaande eisch kan worden gesteld, dat niet ook in het kleinste
leeftijd.
wicht aanwezig kan zijn. Welnu, in een kind van een week, een maand kan eenvoudig niets medewerken. Niet zijn wil, want die werkt nog niet. Niet zijn verstand, want dat slaapt nog. Niet zijn gevoel, want dat neemt
nog niet waar. Ook niet de Heilige Schrift of de predikatie, want die kent hij nog niet. En evenmin iets uit zijn omgeving, want die omgeving mist nog elk middel om op zulk een kind geestelijk in te werken. Er moge
hij
reeds voor dat kindeke gebeden worden, maar dat gebed hoort
Zulk een wicht leidt nog een puur
niet.
vertrekt zijn spieren, en zuigt melk uit
staroogt,
Reeds van
al.
die
geen sprake kan
staat het
zijde
alzoo vast,
borst.
nog
hij
slaapt,
Dat
is
dat er van medewerking
wat nog sterker klemt,
Iets
zijn.
moeders
's
Het
bestaan.
stoffelijk
men
als
er op
dat
let,
volgens de Heilige Schrift de wedergeboorte reeds in den moederschoot
kan plaats
grijpen, iets
waardoor de afsnijding van
alle
medewerking
vol-
strekt wordt.
Nog van andere hebt ge
van
waarvan
dat duidelijk te maken.
is
Ook
bij
den mensch
onderscheiden tusschen het middelpunt en tusschen den omtrek
te
leven.
zijn
zijde
alle
Er
is
in
zijn
een iniddelpunt, ook levensbewegingen, die
levens-aanzijn een kern,
levensbeweging uitgaat, en er
zijn
middelpunt, uit die kern haar aandrift of aandrijving ontvangen.
uit
dit
Nu
grijpt
de wedergeboorte niet plaats in dien omtrek, maar
delpunt,
in
wentelt.
Die
volgen
zijn
En nu
is
die
kern.
spil
is
Er
is in
ons een
spil,
waar
in dat
mid-
zich heel ons leven
om
door de zonde verzet en scheef getrokken, en de ge-
dat alle levensuitingen verkeerd worden. Dat kan niet anders.
de wedergeboorte juist het weer rechtzetten van die
spil.
Nog
niet met het gevolg, dat aanstonds ook aUe levensuitingen van den omtrek recht komen te staan. Dat kan niet, omdat ook de werking van de spil
op den omtrek door de zonde leed. Maar in elk geval de wedergeboorte, als het weer rechtzetten van die spil, kan alleen daar plaats hebben,
waar
die spil
aanzijn.
zit, d.
i.
in het
Kon nu de mensch
binnenste middelpunt van heel ons menschehjk zelf,
of
anderen voor hem, op die
binnenste middelpunt, op die kern van
zijn
spil,
op dat
leven inwerken, zoo ware het
nog denkbaar, dat hier van medewerking sprake
viel.
Maar
dit is niet zoo.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's