In Jezus ontslapen - pagina 62
.WANDELINGEN ONDER DEGENEN DIE VOOR GOD STAAN
46
nog niet duurzaam vertoeven, want de stad zijner nog deze wereld. Maar gelijk de bewoner der ommuurde steden om frissche lucht in te ademen en van Gods rijke natuur te genieten na volbrachte dagtaak de stadspoort doorsloop om wandelingen daarbuiten, te hebben zoo zal het ook met Jozua zijn. maar gedurig zal hij om de Hij zal nog wonen op aarde niet
wonen,
woning
is
,
,
,
,
,
,
,
aardsche beklemdheid te ontvluchten, en frissche zielslucht in te ademen, uit deze wereld uitgaan en met zijn geest u^a/K/e^/z/r/e/i onder de engelen voor Gods Troon hebben om door dien toegang tot Gods Troon versterkt, tot zijn levenstaak hier beneden terug ,
te keeren.
Die wandelingen nu onder de geesten voor Gods Troon kan Jozua niet zichzelven nemen. Ze moeten hem gegeven worden. Immers tot de naaste omgeving van den Troon heeft niemand toegang, dan die is toegelaten. Daarom staat er: „Ik, zoo zegt de lieere, zal u wandelingen geven onder hen die hier staan." ,
En
het nu zoo, dat dit heilig voorrecht hier zijn hoedanigheid van hoogepriester gezegd, dit gold alleen onder het Oud Verbond als en beperking. Onder het Nieuw Verbond heeft al wie is, de zalving van den Heilige, en een ieder verloste zijn plaats in het koninklijk priesterdom, en mag naderen voor zijn God. al is
aan Jozua, in
,
uitsluitend
wordt toeuitsluiting in Christus
heeft thans als priester
Toch moet er een reden, een oorzaak zijn, waarom God de Heere zulks in dien vorm aan Jozua toezeide. Op zichzelf zoudt ge verwacht hebben dat er stond Ik zal u de toelating, den toegang geven tot den Troon der genade tot Mij als uw God, tot het hart van uw Vader die in de hemelen is. ,
:
,
Doch dit staat er niet. Er wordt niet van regelrechte gemeenschap met het Eeuwige Veezen, maar van wandelingen onder de engelen gesproken. Beteekene dit nu in strekking al hetzelfde, toch wijkt het afin den vorm Van uitdrukking, en het is hierop juist, dat zich onze aandacht
richt.
gemeenschap met het Eeuwige Wezen zelf, doch brengt dan ook het gevaar met zich, dat de ziel in haar heimwee tot in het Wezen Gods wil doordringen en juist daardoor vervalt tot gruwzame heilig-
De
diepste drang der mystiek richt zich altoos op
,
schennis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's