De gemeente gratie - pagina 648
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE EN DE ZONE GODS.
644
gehecht toevoegsel, maar in het Besluit
zelf.
Is
nu
dit Besluit
de uitbeel-
ding en het afdruksel van Gods vrijmachtig welbehagen, gelijk Hij van
eeuwigheid af
genomen en
alle
dingen en aller dingen loop
dan volgt
vastgesteld,
hieruit:
bij
Zichzelven heeft voor-
V. dat de Zone Gods nooit
anders dan als tevens de Christus sijnde voorkomt, noch kan voorkomen,
en
dat het Verlossingsmiddelaarschap en het Scheppingsmiddelaarschap
2.
in dit Besluit
van eeuwigheid af saamvallen. Voor onze gedachten onder-
scheiden wij dit dan wel, en wij kunnen het niet anders indenken, dan door
onderscheiden de Schepping door het Eeuwige Woord, en de Verlossing
te
door den Gezalfde Gods, maar die onderscheiding, die bij ons menschelijk indenken van de zaak vereischt wordt, mag nooit opgevat noch verstaan als
een scheiding die in het Besluit
zelf
zou bestaan.
Natuurlijk raakt dit tevens het diepe vraagstuk der zonde, en dus ook
dat van het Supralapsarianisme. als
Denkt ge u het oorspronkelijk Besluit voornemen Gods, om een wereld te
uitbeelding van den wil en het
scheppen zonder zonde, zoodat er een wijziging in dat Besluit komt, doordien God alsnu ontwaart, vooraf ontdekt, en vooruit ziet, dat er zonde zal, dan raakt die eenheid van den Scheppingsmiddelaar en van den Verlossingsmiddelaar weer los. Ze zijn dan niet één, maar ze worden in elkaar gestrengeld door iets van buiten. Het is dan de zonde, die van buiten af in het Besluit inkomt, en die aldus in het Besluit inkomende,
komen
beide
En dan
aan elkaar knoopt.
Schepping en Verlossing zoo ge verstaat dat
bepaald wordt, maar
God
in
alleen
kunt ge aan de eenheid van
den Persoon van den Middelaar vasthouden,
in zijn vrijmachtig Besluit door niets
alle
van buiten
dingen buiten Zichzelven bepaalt, zoodat er ook
geen zondige ontwikkeling mogelijk of denkbaar ware geweest, zoo het verloop van ons menschelijk geslacht niet aldus in het Besluit Gods be-
stemd ware. Een voorstelling noch
met de
ooit rijmen zullen
belijdenis
die
wij
menschen wel
van Gods allerzuiverste
heiligheid,
maar
die toch
met onze
en die daarom nooit als een
mag worden aanbevolen (de evenmin opzij mag worden gezet,
oplossing van alle raadselen lapsarii),
niet rijmen kunnen,
conclusie van ons schuldbesef en
fout der Supra-
zoo dikwijls
we
ons verdiepen in het Besluit van Gods vrijmachtig welbehagen. Hierbij die alle
God
gading, dat
waar zijn,
toch hangt alles aan de vraag, van welken aard de kennis heeft van de geschapene dingen.
te
nemen; waar
te
is,
zegt de Arminiaan van
kennis der dingen verkrijgt door ze evenals wij
nemen ook met de voorwetenschap hoe
ze zullen
eer ze komen, en zoo krijgt ge dan de theorie van het voorgeziene
geloof, en zoo dit
God de
En dan
niet zoo
ook van de voorgeziene zonde. Maar de Schrift leert ons, dat is,
en dat God
dat Hij zelf bepaald
een door
heeft,
hem gebouwd
alle dingen die komen zullen daardoor weet, hoe ze moeten komen. Een architect weet hoe
huis of paleis in elkaar
zit,
niet doordat hij het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's