De gemeente gratie - pagina 285
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE IN DE HEILIGMAKING.
breuke
er
is
altijd,
man, opgegroeid
281
meest schier onmerkbaar, soms zeer
Een jong
sterk.
ongeloovigen kring, die dusver niets dan wereldsgezinde
in
vrienden had, en zich met hen aan den dienst der wereld overgaf, en
nu
bekeert, zal uiteraard van vrienden veranderen, tenzij zijn oude
zich
hem
vrienden zich door beter,
te
heel
dan
blijft
tot
Jezus laten lokken. Gebeurt dit laatste, des
de vriendenkring ongebroken, maar overgebracht op
ander levensterrein.
Slaan
vrienden daarentegen de verzenen
zijn
om
tegen de prikkels, lachen ze
zijn
vroomheid, en bejammeren ze het
dat „zoo flinke kerel" een dweper werd, dan natuurlijk kan de breuke niet uitblijven, en gaat de jonge
vriendenkring
dat
Ook dan poogt
We
als
hij,
bekeering uit
zijn
vroegeren
dat iemand dusver in een bedrijf of beroep
zijn,
bekeerde tot den Christus niet meer kan aanhouden.
daaruit te geraken, en een anderen werkkring te vinden.
hij
geven dus volkomen
keert, genoodzaakt
kan
andere omgeving over alleen daaraan
zijn
andere vrienden onder de belijders des Heeren te
Zoo kan het ook
vinden. leefde,
om
uit,
man na
te
toe,
zijn
te
wijten,
dat iemand die zich in een Christenland be-
met
zijn
vorige omgeving te breken, en in een
gaan. Edoch, en hier lette
dat
hij
men wel
leefde in een kerk, die niet
op, dit is
was
gelijk
werd ondersteld geboren en opgegroeid te zijn in een ongeloovigen, wereldschen kring. Welnu, zulke gezinnen vindt ge in de Volkskerk bij duizenden, maar ze hooren in de kerk van Christus niet.
ze behoorde. Hij
Hypocrieten
nu
uitgezonderd,
zijn
alle
gezinnen
die
tot
de kerk van
Christus behooren, belijdende gezinnen, en de kerkelijke tucht draagt zorg,
dat er van een naar buiten uitkomend wereldsch leven in deze gezinnen
geen sprake kan
zijn.
Al stemmen we dus
Christenland tot breuke kan noodzaken,
toe,
dat bekeering ook in ons
we geven
dit alleen toe
verkeerde kerk, niet van een kerk van Christus gelijk die
de kerk
niet, is
zijn
van een
moet. Deugt
de kerk versteend of door wereldzin vergiftigd, dan gaat
de geestelijke leiding der bekeerden in mystieke of methodistische handen over en verkrijgt
men
die door en door valsche toestanden, gelijk
men
die
Een gezin, dusgenaamd tot de kerk behoorende, gedoopt en aangenomen, maar zonder zweem van geloof of drang tot getuigenis, volop in de wereld levend; en als dan in dat dusgenaamd Christelijk gezin een jong man of een jongedochter zich tot Christus bekeert, is daar gewis geen lofzang over de toebrenging van dat kind. maar een jammeren en klagen dat er met zoo'n dweepziek kind geen huishouden meer is, en dat het voor de famihe is verloren. Zoo zijn de toestanden, die niet scherp genoeg veroordeeld kunnen worden. En het zijn alleen die telkens in de Volkskerk aantreft.
valsche toestanden, die ons noodzaakten toe te geven, dat bekeering ook in
een Christenland, en onder gedoopte personen, tot zoo geweldige breuke
met de omgeving
leiden kan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's