De gemeente gratie - pagina 311
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TWEEËRLEI
voor zoover de gemeens gratie niet kan doorwerken,
dat,
ik als de kern van ons altoos
blijft,
niet
keeren van
te
307
IK.
om
Hem
wezen aangaat, de eerste aandrift
God
levensuitingen op
zijn
af.
d.
En
dat nu juist
is
voor wat het
i.
in
te richten,
den zondaar
maar om
ze
het wat de Catechismus bedoelt
onbekwaamheid is tot eenig goed en steeds wat hieraan gebeterd wordt of wat er niet kwaad. Al geneigdheid tot aUe
met
te zeggen, dat er in dat ik
van uitkomt naar buiten,
is
niet uit het ik,
maar
uit
de gemeene gratie.
Dit alles echter diende slechts als inleiding op de hoofdzaak, die thans
onderzoek
in
is,
hoe namelijk dit alles staat in den wedergeborene.
een wedergeborene te verstaan, waren
we
Om
verpHcht ons eerst af te vragen,
hoe het zielkundig toegaat in den nog ow wedergeborene. Geen ziekte kan verstaan worden, of ge moet eerst weten hoe het in den gezonden mensch
maar ook geen genezing aangebracht,
is,
of ge
moet eerst weten hoe het den kranken mensch staat,
in den kranken mensch. Welnu, hoe het in hebben we nu gezien; stellen we dus thans de vraag, welke wijziging, welke verandering, door de wedergeboorte in zulk een zondaar wordt teweeggebracht. Neemt ge daartoe nu een mensch, die onmiddellijk na is
zijn
wedergeboorte
sterft,
dan
wedergeboorte niet anders dan het ik
zelf,
Dan
eenvoudig.
is dit uiterst
toch doet de
dat verkeerd stond, recht zetten.
God afgewend; het stond dus God toegewend, en staat het dus in
Dit ik had zich van
in ongeloof.
het weer naar
geloof.
Nu wordt
En verder
is
er
aan toe te voegen, overmits de dood zulk een uit den omtrek van ons leven wegneemt. Met de lijnen die van het ik naar dien omtrek uitgingen, hebt ge in dat geval dan niets te maken. De dood breekt dit alles
dan
niets
Het
af.
ik is geheel vrij gemaakt, in
geboorte naar
gekeerd met
God
zijn neiging,
denken en
nu eenigen invloed meer van de uitgingen.
den dood. En
is
het dan door weder-
gekeerd, dan wordt het na het sterven ook naar
Die toch
zijn
dan
willen,
want geen
lijnen die
alle
God
dier drie ondergaat
naar den omtrek in
afgebroken. „De dood
is
dit
leven
een afsterving
der zonde en de doorgang tot een eeuwig leven."
Maar
heel anders
niet terstond hij
na
komt
zijn
natuurlijk de zaak de staan, als de wedergeborene
wedergeboorte
sterft,
met den omtrek van het leven
Hjnen die soon.
uit zijn ik
blijft
Dan toch blijft Dan reageeren de
leven.
verband staan.
naar dien omtrek uitgingen wel terdege op
En dan kan hetgeen
aanstonds naar
in
maar
in
de kern van
buiten doordringen.
Ja dan
zijn ik tot is
zijn
per
stand kwam, niet
de overmacht van dien
levensomtrek zelfs zoo sterk, dat volgens onzen Catechismus, die ook ten deze de Schrift waarheid zoo zuiver teruggeeft, tot aan onzen dood toe het
herboren ik niet in staat noch
bij
machte
is,
om
anders dan tot een „klein
beginsel" van de volkomen gehoorzaamheid te geraken; een uitdrukking
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's