De gemeente gratie - pagina 601
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
LIJDEN EN SCHULD.
597
onze onmacht tegen en buiten God te wezen te eeren in de rijke Verbondsidee, reeds Bullinger deed, had in veel Gereformeerde kringen zulk een
volstrekte afhankelijkheid en
gaan zoeken, gelijk
in
plaats van dat
in
matte passiviteit en zulk een slaphandige
lijdelijkheid
terdaad voor veler blik de geheele positie, die
God
gekweekt, dat met-
wil dat
we
tegenover
het lijden innemen, vervalscht was. Die valsche lijdelijkheid had het gewaad
van een engel des te
lichts
aangetogen en velen bekoord. Niet aldus
heette in vroomheid te kort te schieten.
zijn,
meening, had ten slotte
zelfs hier
lijdelijk
En deze omsluipende
en daar de prediking aangetast, zoodat
het eind bijna nimmermeer de strijdroep Gods tegen het lijden der
in
Gereformeerde volk
ellende onder ons
een positie tegenover het
logische consequentie geen andere
zondig, en als
uw
kind in het water
maar wacht
te redden,
we
Natuurlijk zeggen
over
lippen
zijn
liet
of de niet,
zijn:
maar toch „Maak geen
voorzorgsmaatregelen
zulke
al
steek dan geen hand uit
valt,
om
zijn
het
Heere het weer op het droge brengt". dat iemand ooit zulke goddelooze woorden
komen; maar
toch vast, dat de lijdelijkheids-
dit staat
op het geval van een brug en op een
theorie
gleed ongemerkt in
dan deze zou geweest
meer langs uw brug, want
leuning
Men
uitging.
dat de wel niet aangedurfde,
lijden,
in
het water gevallen kind
logisch toegepast, feitelijk tot deze conclusie leiden zou.
Zoo diep
zelfs
was
deze valsche voorstelling er dan ook ingedrongen, dat het ons niet mogelijk was, de Avaarheid naar de Schriftuur op dit punt weer in het licht te
zonder aanvankelijk meer dan één dier verleiden te ergeren. Er
stellen,
behoorde
in
zekeren zin
zelfs
moed
om
toe,
zoo netelig onderwerp, zonder
verbloeming, openlijk en rond te bespreken. Maar juist daarom kon en
mocht
Al
dit niet overhaast geschieden.
on-Schriftuurlijke voorstelling, hoe
hopen
gaan, toch
te
maant de
is
vroom
liefde,
het toch dat
ze ook
zij
we
nooit voor een
ingekleed, uit den
dat ge een dwaling, die
ojj
weg
vrome
gemoet treedt. Tegen een dwaling, die vroom vastzit, getuigt aanvankelijk de consciëntie niet. Eer waakt er aanvankelijk iets in de consciëntie op tegen hem, die aan deze dwaling het mom aftrekt. Voorzichtige medicatie is liier alzoo
wijze vastzit, op verschoonende en eenigszins teedere wijze te
geboden, en daarom konden duidelijk aan te toonen, hoe
zijn
Gezalfde
vijand dien
wel met king
De
in
inslaan,
dan om eerst
de Schrift het kwaad des
lijdens, niet
een vriend, maar als een vijand Gods voorkomt, waartegen de Heere
als
en
we geen andere weg alom
strijd
voeren;
om
eerst daarna aan te toonen, dat een
God bestrijdt, ook door ons moet bestreden worden, en zulks wapenen of middelen, die God zelf daarbij ter onze beschik-
alle
stelt.
laatste
alle lijden
Reeds het wijzen op
die
ééne uitspraak der Heilige Schrift:
vijand is de dood, keerde, overmits de dood het inbegrip van is,
de
lijdelijke voorstelling radicaal in
zoo echter bleef de strijd dien
we
haar tegendeel om. Ook
tegen het lijden en tegen de ellende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's