De gemeente gratie - pagina 118
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TRIOMF OVER SATAN,
114
generale Besluit
vloeit,
toch bleef ze nog buiten de poorte omdolen, zoo-
lang haar niet ook in het Besluit der Voorverordineering haar eigen noodzakelijke plaats
was aangewezen. Het dualisme
hield
dan aan. Alleen wat
genade was, raakte dan de heiligheden Gods, en wat er van werd, of ook met de Heidenen en de verworpenen schepping verdere de op aarde gebeurde, lag er buiten, werd bijzaak, en boeide ternauwernood particuliere
onze aandacht.
Thans daarentegen beschikking zelve
is
aangetoond, hoe de „gemeene gratie" in de Voor-
En
ingevlochten.
ligt
dat niet als een onbehuisde, aan
wie een noodplaatsje onder het dak der particuliere genade wordt ingeruimd; maar als in die Voorverordineering een onmisbare schakel, er volstrekt onafscheidelijk
van,
nemen, te erkennen en
te
en eene noodzakelijk als eigen huisgenoote op te
waardeeren bestanddeel. Zelfs weigerden we rol te aanvaarden, als deed
voor haar de altoos eenigszins vernederende
slechts dienst onder de vele middelen, die tot de zaligheid der uitver-
ze
korenen moeten saamwerken. Heel die voorstelling verwierpen we. Ten opzichte van de zelfverheerlijking Gods komt alles, zonder onderscheid, als
middel te staan.
Ook
Christus.
Maar
dit
is
zijn
Ook de Vleesch wording. Ook de Opstanding van
Verlossingswerk.
dan ook heel
Drieëenigen God wordt dienstbaar gesteld;
al
maar
En
iets anders.
wat
leeft of
zoo dus ook de „gemeene gratie".
Aan de zelfverheerlijking van den adem heeft, in gansch de schepping
dit juist gaat zeer verre uit
boven de beperkte
gedachte, alsof het ééne schepsel slechts dienstbaar gesteld voleinding van het andere schepsel.
En onder
dit opzicht
werd aan de
nu bleek ons ook
van de „gemeene gratie", dat ze te verstaan is onder het hooge zichtspunt van de glorie die God voor zichzelven zoekt.
ge-
men
het
dit
Het
verschil tusschen deze en de
best, als
men
gemeene
voorstelling verstaat
het oor te luisteren legt in die uitmiddelpuntige kringen, die
scherp en kras uit de Verkiezing leven, maar niet dan nadat ze de Verkiezing
uit
het geheel van Gods raadsplan hebben losgemaakt. In die
kringen toch heeft de belijdenis der Uitverkiezing vaak de uitwerking, dat
maar verheft en tegelijk om met zeer hooge zelven is, maar om wat in hem gedachten van eigen trelfelijkheid, niet om de gunste zijns Gods die op hem rust. En voorts beschouwt hij nu het overige menschdom als volstrekt bijkomstig, slechts komende om te ver-
ze het menscheHjk hart niet teeder en klein maakt, vereelt.
De
uitverkorene in zulke kringen wandelt dan
gaan, en geen anderen dienst doende, dan
dan het beeld van het kaf en het koren. is
er
het te doen.
komen
zou,
De
uitverkorenen nu
zijn
om hem
Om
te dienen. Geliefd is
het koren, niet
om
het kaf
het koren, maar opdat het koren
moest eerst het kaf zich aan
spriet
en halm ontwikkelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's