De gemeente gratie - pagina 101
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
97
DE GEMEENE GRATIE EN DE PRAEDESTINATIE.
van slechts één soort of van twee soorten zullen zijn, met uitsluiting van al de andere. In het laatste geval toch zou de verheerlijkte menschheid een verminkte menschheid zijn, en het grootste deel van Gods schepping in
ons menschelijk geslacht voor eeuwig teloorgaan.
niet,
destinatie
dit laatste
ten nauwste met de schepping saamhangt, en dat dus ook in
verband tusschen het Besluit der Schepping en het
Besluiten het
de
Kan nu
en moet dus het eerste gesteld, dan volgt ook hieruit, dat de prae-
Besluit der Voorbeschikking tot zijn recht moet komen.
XIII. De praedestinatie in verband met Om alles
hemel
De „gemeene
hoe
gratie,"
in tot
1
is,
„alle dingen'
de bedeeling van de volheid de>r tijden wederom één
i
te
verga deren in Christus, beide dat in den
en dat op de aarde
warm ook
Epheze
is.
bepleit, raakt toch
weer
lang ge verzuimt, haar in de voorverordineering, of wilt ge, raadsbesluit, op
te
nemen. Alleen wat daarin
de leer der kerk en droeve te
zijn,
zijn,
feit,
in
zijn
in
1
:10.
zoek, zoo-
het eeuwig
wortel heeft, komt in
de studie der godgeleerden tot
zijn recht.
En
het
dat de „gemeene gratie", na door Calvijn zoo beslist beleden
en in strekking steeds van Gereformeerde
nochtans én
in
Dogmatiek, zoogoed
zijde
gewaardeerd
te
de Gereformeerde Confessiën én in de Gereformeerde als geheel
aan de uitsluiting van
verwaarloosd
dit leerstuk
is,
van de voorverordineering
geweten. In de voorverordineering zag
mate worden
dient in geen geringe
men zoogoed
te
als eeniglijk het bestel
der particuliere genade omtrent de uitverkorenen en de verlorenen, en
„gemeene gratie" buiten de poorte rond, geen plek vindende voor het hol van haar voet. Zal hierin een keer komen, en het volle gewicht van de „gemeene gratie" bij de toekomstige ontwikkeling van onze godgeleerdheid in de schaal worden geworpen, dan is het strikt dientengevolge zwierf de
noodig deze onmiskenbare fout in het fundamentwerk te herstellen; iets
zonder dat een meer algemeene bespreking van het wezen der voorverordineering, voor zoover ze ook de opvatting der
wat
niet
wel doenlijk
is,
„gemeene gratie" beheerscht, voorafga. Wie de vele uiteenzettingen van dit leerstuk der voorverordineering, in de geschriften uit de dagen onzer vaderen tot ons gekomen, aandachtig nagaat, kan II.
tot
geen andere conclusie komen, dan dat men toentertijd 7
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's