Vier uwe vierdagen - pagina 169
I.
„ÖJob üaart op met
gejuicl^/'
God vaart op met gejuich, de Heere met geklank der bazuin. Psalm 47 6. :
God kan
niet opvaren, tenzij Hij eerst is nedergedaald.
ons kinderen der menschen is dit anders. Wij zijn van beneden. Onze oorsprong ligt in het stof der aarde. Al onze levensroeping is dus, om uit de benedenste deelen der aarde Bij
naar de hoogste hemelen op te klimmen. Dat is onze pelgrimsreis. Daarin wenkt onze heilige bestemming.
Maar hemelen
bij
den Heere onzen God
Hoog
is dit
anders.
Immers de
hemelen daarboven is de aanspraakplaats Zijner heiligheid. En nooit kan in deze lagere sfeer in deze benedenste deelen van het heelal zijn Majesteit openbaar worden, of God heeft zich nedergebogen, zich in barmhartigheid naar ons toegekeerd, heeft ons bezocht van uit de hoogte, en is uit den hooge naar ons op deze aarde zijn Zijn troon.
in de
,
toegekomen.
Doch
daarbij blijft het niet.
Al buigt God de Heere zich in lankmoedigheid tot ons neder toch kan deze aarde nooit zijn woonstede worden. Zijn geducht paleis is daarboven, en zoo dikwijls God de Heere ,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's