Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vier uwe vierdagen - pagina 316

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vier uwe vierdagen - pagina 316

2 minuten leestijd

304

UWE HEERLIJKHEID OVER HUNNE KINDEREN."

en hoe het almeer

sneden,

werd een daarhenen

bij

elk

nieuw jaar dat

hij

intrad

henengaan van onze dagen in Gods verbolgenheid, een doorbrengen van de zoo vluchtige jaren als een gedachte. Hij voelde zich „ overstroomd^\ en als een die gedurig „gelijk een slaap^^ was. En dan plotseling immers kon eiken dag de Dood door zijn venster binnenklimmen. Nog bloeien in den morgenstond en eer het avond is zijn afgesneden door Gods ontzettende almachtigheid, om te verdorren in vliegen, een

.

.

.

.

,

,

het graf.

Maar

juist dat besef, alsof zijn leven ten einde liep

,

en

zijn

„werk" op aarde niet verder zou komen bezielt hem voor dit biddend lied der eeuwen waarbij zijn smeeking in twee ,

,

instantiën uiteengaat.

„Bevestig Gij

het

werk onzer handen, ja, het werk onzer

handen bevestig dat", aldus bidt achter

hem

hij

met het oog op wat

ligt.

„Laat uw heerlijkheid over mijn kinderen gezien worden", is zijn bede voor wat komen zal, als hij er niet meer is.

dat

Verleden en toekomst als ineengestrengeld.

In het „verleden"

God

bevestigen

kon.

ligt het volbrachte werk, dat alleen zijn

In

de „toekomst" het opbloeien zijner

kinderen en kindskinderen van geslachte tot geslachte, waarover

God

zelf alleen zijn heerlijkheid

kon doen opgaan.

Hoe breed, hoe zielverheffend is deze grootsche opvatting van het omloopen en zich vernieuwen der jaren! Niet een kleinzielig staan blijven bij dat jaar dat nu weer weg is, en dat ééne nieuwe jaar, dat nu weer komt, maar een moedig opklimmen op den top der bergen, en van dien hoogen bergtop heel het eigen leven ja heel het leven dezer wereld dat achter hem ligt en voor hem heen zich uitstrekt, met één blik overzien. Zoo staart hij achter zich tot in verre geslachten terug. „Heere, Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslachte Ja tot aan en achter de schepping gaat hij terug: ,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's

Vier uwe vierdagen - pagina 316

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's