Vier uwe vierdagen - pagina 273
261
,DIE VAN DEN BEGINNE VEEKONDIG HET EINDE."
haar natiën en haar menschenkinderen uitging; uitging ook tot uw huis, en in dat huis tot het persoonlijk leven van uw eigen hart.
Nu
stonden wij daar blind voor. Wij kenden dat vreemde
komst aanmeldde, en, met den sluier voor het aangezicht, ons niet gissen deed, wat het verborg in zijn schoot. En daarom worstelde in ons de hoop op het goede met de bange vrees voor een uitgieting van Gods toorn. Want dat is het aangrijpende, dat bij het wegsterven van een
jaar niet, dat pas zijn
worden van een pas ontloken jaar, de golfslag der eeuwigheid door ons benepen hart dreunt, en die stemme der eeuwige wateren ons als onheilige creaturen
uitgeleefd en het geboren
,
vreezen doet voor de heiligheden onzes Gods, Maar thans kennen we dat jaar. Het voleindde zijn loop.
Het schoot op en bloeide aan zijn takken, die nu ontbladerd en verdord weer als beeld des doods voor ons staan. En eer nogmaals een ander jaar uit Gods eeuwigheid wordt losgelaten keert zich daarom onze blik een oogenblik achterwaarts, om dat doorleefde en uitgebloeide jaar nog eens voor Gods aangezicht in zijn sombere gestalte te bezien.
Niet dat God de Heere het somber heeft gemaakt, want zijn trouwe was er alle morgen zijn goedertierenheid was ook dat jaar geweldig over degenen die Hem vreesden; en zijn goddelijke erbarming was eiken nacht en eiken dag nieuw, o. Ge telt ze niet de sommen van al Gods vriendelijke weldadigheden. Heurer is geen getal. Maar somber wierd ook dit jaar, doordien doordien de stroom ziiner wateren wij het doorleven inoesten ;
;
bedding van ons hart moest vloeien; en omdat ons hart eiken morgen en eiken avond in dien helderen diepen stroom de uitgieting mengde van onze innerlijke krankheid en onheiligheid. Of wie is er, die bij het terugzien op zulk een doorgekropen jaar, tevreden over zichzelf zal zijn! Wie, die zeggen zal: „Dit jaar heeft nu de plante mijner ziel een ryke gave, een van God gevulde vrucht gedragen?". Wie, die kan roemen; doorleefde jaar leg ik in dankbare aanbidding o myn „ Dit in de
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's