Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vier uwe vierdagen - pagina 145

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vier uwe vierdagen - pagina 145

2 minuten leestijd

133

MIJN HEEEE EN MIJN GOD.

Die erkentenis school onder veel dat over hun lippen kwam die schuilende erkentenis was nog geen zelfbewuste belijdenis geworden, en bovenal uit de belijdenis nog niet inde daad der aanbidding overgegaan. Het klaarst komt dit uit bij de laatste gesprekken die Jezus in de Paaschzaal, eer hij opstond om naar Gethsemané te gaan, met zijne elven hield. Nog altijd waren God en Jezus twee voor de elven. Nog vragen ze: Heere, toon ons den Vader, en het is ons genoeg! En dan moet Jezus hun zacht en verwijtend antwoorden:

maar

,

„ Zijt gij zoolang met mij, en hebt gij mij nog niet gekend? Die mij gezien heeft, die heeft den Yader gezien. En hoe zegt gij: Toon ons den Yader!" Pijnlijker kon het niet uitgesproken wat sluier nog tusschen hen en hun Meester hing. En toch zei Jezus niet: Aanbidt mij, want ik ben zelf God. Die aanbidding moest ongedwongen, in heilige verrukking, uit de ziel zijner jongeren opkomen. Ze moest niet van buiten, maar van binnen geleerd. En daarom moest het toeven tot na Jezus' verrijzenis toen de aanblik zijner heerlijkheid den laatsten stoot er toe gaf. En toen was het niet Petrus, en niet Johannes, gelijk we zouden verwacht hebben, maar Thomas, dien de sprake der wereld een ongeloovige noemt, die het eerst ouder alle kinderen der menschen, zyu Heiland in zijn Godheid beleden, ,

,

en

als

God aangebeden

heeft.

In dat nederknielen en in die aanbidding door Thomas kerk een zeldzaam sterk getuigenis; niet

voor Christus'

ligt

om

wat Thomas deed, maar omdat Jezus die aanbidding van Thomas noch bestrafte noch terugwees, maar aannam. Natuurlijk, ware onze Heiland niet als God te aanbidden, dan had Thomas bestraft moeten worden.

Wie

zonder waarlijk God te

laat, is óf een

zijn, zich als God aanbidden waanzinnige die u huiveren doet, óf een listig

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's

Vier uwe vierdagen - pagina 145

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's