Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vier uwe vierdagen - pagina 261

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vier uwe vierdagen - pagina 261

2 minuten leestijd

,

KEERT WEDER TOT ZIJN AARDE

HIJ

"

249

!

met onze magen en lieven te genieten wat onze Vader in de hemelen ons aan levensvreugd toebescliikt. Door altoos aan den dood te denken zou er voor een mensch geen leven op aarde zijn. Om wil van zijn wandeling te hebben, moet de wandelaar niet al den weg over denken aan de deur waar hij straks zal aankloppen. Er zou geen varen op zee zijn, zoo de schepelingen heel de vaart langs op den uitkijk stonden of ze nog geen land zagen. En wie reeds bij het opkomen van de zon, en voorts alle uren van den dag, wilde turen op haar ondergang zou van het licht aan den hemel niet de helft genieten van wat God er ons in schenkt. In de kloosters en kluizen heeft men dan ook gemerkt waartoe dat gaan slapen en opstaan, met een doodshoofd op zijn tafel, leidt, en nog is meer dan één zwartgallige ook onder ons als een baken in zee om ons voor deze gevaarlijke klip te waarschuwen. Maar weet wel, het tweede kwaad is stellig nog erger. Wie nooit aan zijn einde denkt, maakt van zijn leven een spel; bant moedwillig den ernst uit zijn hart; en is den reiziger niet ongelijk die in de wachtkamer van een tusschenstation afgestapt, zich daar aan spijs en drank tegoed doet, en vergeet dat de reis nog verder ligt. Nooit aan zijn einde te denken is een zondig misbruiken van de genade die ons bekwaamt de gedachte aan ons einde van ons te kunnen zetten. Immers juist die genade der vergetelijkheid moet de kostelijke vrucht dragen, dat we er niet te dikwijls, maar dan ook die enkele malen met te dieper ernst aan denken en met heel onze ziel ingaan ous eigen einde vooruit doorleven en den ontzagelijken indruk van het sterven nu reeds in het midden onzer jaren ondergaan. Onze menschelijke geaardheid brengt mee, dat doodgravers en groefbidders voor den dood zoo vaak geheel verstompt zijn. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Wat men

altooi;

voor zich ziet ziet

niet meer. Terwijl juist

,

men op

het laatst yanschelijk

omgekeerd dan de indruk het diepst,

het doordringendst en het meest overweldigend

is

,

als

we een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's

Vier uwe vierdagen - pagina 261

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's