Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vier uwe vierdagen - pagina 170

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vier uwe vierdagen - pagina 170

2 minuten leestijd

158

a

GOD VAART OP MET GEJUICH."

naar deze aarde tot ons is afgekomen, moet daarom altoos op nederkomen een opvaren volgen. Altoos keert God in zijn Majesteit terug naar den hemel, waar Hij te voren was. Dat hoort ge uit Psalm 68, waarin gezongen wordt van

dit

God, die tot zijn Volk was nedergekomen en met Israël door de woestijn was getogen, maar

Israëls

tente

,

in een

nu

die

opvoer naar Sions hemeltop, als beeld en afschaduwing van zijn geducht paleis in de hemelen. En dat hoort ge evenzoo hier uit Psalm 47 toen in Josafats ,

dagen de volkeren van rondom

benauwden; en strijd was gegaan en de Heere met hen was uitgetogen en voor Jehovah alle vijand van Israël voor zijn aangezicht verdreven had. Want ook toen keerde bij Israëls terugkomst van het slagveld Israëls God met hen naar Sion terug; en nogmaals vaart Hij nu in zijn

Israël

toen het priesterenheir, de slagorden Israëls, in den ;

;

,

zijn heiligheid op

naar

zijn heilig huis,

naar de plaatse die Hij

nogmaals jubelt priester en Leviet en de al wie God in Israël vreesde „ God vaart op met gejuich Heere met het geklank der bazuin!" zich verkoren had; en

:

En

toch

,

,

in Davids en in Josafats

dagen was dat

alles

nog

voorbereiding en voorduiding van dat geheel éénige

slechts

opvaren Gods in de hoogte, dat straks van den Olijfberg bij zou plaats grijpen. Want immers Gods eigenlijke vijanden, en de vijanden van zijn volk, dat is niet Ammon en dat zijn niet de Filistijnen maar dat zijn de machten der duisternis, van zonde dood en hel, die deze aarde van God vervreemd, en, zoo God het niet voorkomt, in reddeloos verderf gestort hadden. En daarom, al dat strijden van Jehova voor zijn volk Israël dat was wel voorspel en voorbereiding en aanduiding van wat Jezus' hemelvaart

^

komen Neen

zou, maar toch was het nog de eigenlijke strijd niet. ,

tot dien eigenlijken

verlossenden strijd

kwam

,

dien beslissenden dien waarlijk ,

het eerst, toen Maria haar kindeke

had gebaard; en God in Christus nederkwam

om

de werken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's

Vier uwe vierdagen - pagina 170

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's