Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vier uwe vierdagen - pagina 317

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vier uwe vierdagen - pagina 317

2 minuten leestijd

„UWE HEERLIJKHEID OVER HUNNE KINDEREN."

305

Eer de bergen geboren waren en

voortgebracht hadt, ja van Gij

Gij de aarde en de wereld eeuwigheid tot eeuwigheid zijt

God."

En nu

ziet

hij

hoe God

,

al die

duizenden jaren het ééne

geslacht de menschen na het andere heeft doen geboren worden maar ook even dikwijls en even onveranderlijk tot die geboren

menschenkinderen gezegd heeft: „Keert weder,

gij

menschen-

kinderen."

En

zoo snelt het leven nog voort en voort. Geslachten die

komen, en geslachten rend

om

en

nu bloeiend,

die gaan,

der zonde wil verdriet

straks verdor-

en smarte en dood hen najagend tot ook zij weer ondergaan en verdwijnen en God wederom al die steden en dorpen bevolkt met nieuwe menschen, die uit die oudere zijn voortgekomen, en het werk dier vroegere geslachten voortzettend; en onder al dat wisselende is alleen God zichzelf gelijk blijvend. Hij in wiens oogen „duizend jaren zijn als de dag van gisteren als hij voorbij is ge,

,

,

,

,

gaan."

En

in dien vloed der

nu ook Mozes snelt

zijn

zelf

eeuwen

mee. Hij

is

,

in dien stroom der jaren drijft

er pas

gekomen, en nu reeds

leven naar het einde. Hij voelt dat ook

hij

straks

weggaat.

Maar loerk

en

En Dat

al

gaat

hij

weg,

hij

laat

twee dingen achter,

zijn

zijn kinderen.

die beide beveelt hij iverk , o

der jaren.

En

God

nu aan

zijn

God

aan.

bevestig het in het midden van dien stroom die kinderen, in wie myn bloed zal voortleven ,

God, laat uw heerlijkheid over hen opgaan. Of liever nog, want hij is zelfs niet in zijn kinderen zelfzuchtig, maar neemt in éénzelfde bede, met zijn eigen kinderen, ook de kinderen zijner vrienden en broederen, ja, de kinderen van al de gekochten des Heeren op „ Laat uw werk aan al uwe knechten gezien worden, en uwe heerlijkheid aan hun kinderen. o.

:

20

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's

Vier uwe vierdagen - pagina 317

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's